المفردات
4598 كلمة · صفحة 72 من 184
het journaalB1
نشرة الأخبار
Om acht uur kijken we altijd naar het journaal.
de journalistA2
صحفي
De journalist sprak met meerdere getuigen.
de journalistiekB2
الصحافة
Onafhankelijke journalistiek is onmisbaar.
het jubileumB2
ذكرى سنوية
De vereniging viert haar vijftigjarig jubileum.
de jufA2
معلّمة
De juf van groep drie leest elke dag een verhaal voor.
juliA1
يوليو
In juli gaan we op vakantie.
juniA1
يونيو
In juni beginnen de examens.
de jurkA1
فستان
Ze kocht een nieuwe jurk voor het feest.
de juryB2
لجنة التحكيم
De jury koos haar tekening als de beste.
de justitieB1
العدالة (الجهاز القضائي)
De zaak is overgedragen aan justitie.
de kaarsA1
شمعة
Op tafel brandt een kaars.
de kaartA1
بطاقة؛ خريطة
Ik stuur haar een kaart voor haar verjaardag.
het kaartjeA2
تذكرة
Ik heb mijn kaartje al gekocht.
de kaartverkoopB2
بيع التذاكر
De kaartverkoop start morgenochtend.
de kaasA1
جبن
Nederlandse kaas is bekend in de wereld.
de kabelB1
كابل
De kabel van mijn oplader is kapot.
de kabeljauwB2
سمك القد
De vangst van kabeljauw is beperkt.
het kabinetA2
مجلس الوزراء
Het nieuwe kabinet is deze week beëdigd.
de kachelA1
مدفأة
Zet de kachel wat hoger.
het kadasterB2
السجل العقاري
Elke woning staat ingeschreven in het kadaster.
het kaderB1
إطار (سياق)
In het kader van het project bezoeken we een fabriek.
de kalenderA2
تقويم
Ik zet je verjaardag op de kalender in de keuken.
de kamA1
مشط
Mag ik je kam even lenen?
de kamerA1
غرفة
Mijn kamer is niet zo groot.
مجلس (برلماني)
De Tweede Kamer stemt volgende week over de wet.
het KamerlidB2
عضو البرلمان
Een Kamerlid stelde schriftelijke vragen.

