Je EigenRoute
دخولإنشاء حساب

المفردات

1756 كلمة · صفحة 64 من 71

  • vooralA1

    خصوصا

    Ik oefen vooral spreken.

  • het voorbeeldA2

    مثال

    Kun je een voorbeeld geven?

  • voorbereidenA2قابل للانفصال

    bereidde voor · hebben voorbereid

    يُعِدّ (شيئاً)

    We bereiden de vergadering samen voor.


    zich voorbereidenانعكاسي

    يستعد

    Ik bereid me voor op het examen.

  • voorbijA2

    انتهى؛ مارًّا

    De zomer is weer veel te snel voorbij.

  • de voordeurA1

    الباب الأمامي

    De voordeur zit op slot.

  • het voorgerechtA2

    طبق أول

    Als voorgerecht nemen we soep.

  • voorkomenA1قابل للانفصالشاذّ

    kwam voor · kwamen voor · zijn voorgekomen

    يحدث، يوجد

    Dat probleem komt hier vaak voor.

  • voorkómenA2شاذّ

    voorkwam · voorkwamen · hebben voorkomen

    يمنع، يتفادى

    Met een goede planning voorkom je veel stress.

  • voorlezenA2قابل للانفصالشاذّ

    las voor · lazen voor · hebben voorgelezen

    يقرأ بصوت عالٍ

    Wil je mij de brief van de school even voorlezen?

  • de voorraadA2

    مخزون

    We hebben het niet meer op voorraad.

  • de voorraadkastA2

    خزانة المؤن

    Het meel staat in de voorraadkast.

  • voortaanA2

    من الآن فصاعدا

    Voortaan doen we het anders.

  • vooruitA2

    إلى الأمام

    Met je Nederlands ga je echt vooruit, goed zo!

  • de voorwaardeA2

    شرط

    Lees eerst de voorwaarden.

  • vorigA1

    السابق

    Vorig jaar woonde ik nog in Polen.

  • de vorkA1

    شوكة

    Er ligt geen vork op tafel.

  • de vraagA1

    سؤال

    Mag ik u een vraag stellen over het formulier?

  • de vrachtwagenA2

    شاحنة

    Een grote vrachtwagen staat midden op de straat.

  • vragenA1شاذّ

    vroeg · vroegen · hebben gevraagd

    يسأل

    Mag ik iets vragen?


    يطلب

    Hij vraagt zijn buurman om hulp.

  • vreemdA2

    غريب

    Ik hoorde vannacht een vreemd geluid in de keuken.

  • vreselijkA2

    مريع

    Ik had vreselijke hoofdpijn na het feest.

  • de vriendA1

    صديق

    Hij is een goede vriend van mij.


    صديق حميم، شريك

    Ze woont samen met haar vriend in Utrecht.

  • vriendelijkA2

    ودود

    De mensen in deze winkel zijn altijd erg vriendelijk.

  • de vriendinA1

    صديقة

    Mijn vriendin komt uit Spanje.

  • de vriendschapA1

    صداقة

    Onze vriendschap duurt al twintig jaar.