المفردات
175 كلمة · صفحة 6 من 7
toegevenB1قابل للانفصالشاذّ
gaf toe · gaven toe · hebben toegegeven
يعترف
Ze gaf toe dat ze fout zat.
يستسلم، يرضخ
Uiteindelijk gaf hij toe aan de druk van zijn collega's.
toestaanA2قابل للانفصالشاذّ
stond toe · stonden toe · hebben toegestaan
يسمح
Honden zijn hier niet toegestaan.
trekkenB1شاذّ
trok · trokken · hebben/zijn getrokken
يسحب؛ يرتحل
Je moet de deur trekken, niet duwen.
uitgaanB1قابل للانفصالشاذّ
ging uit · gingen uit · zijn uitgegaan
يخرج للترفيه
Vroeger gingen we elk weekend uit.
يفترض، ينطلق من
We gaan ervan uit dat iedereen op tijd komt.
uitgevenA2قابل للانفصالشاذّ
gaf uit · gaven uit · hebben uitgegeven
ينفق
Ik geef te veel geld uit aan eten.
ينشر (كتبًا)
Die uitgeverij geeft vooral kinderboeken uit.
uitkomenA2قابل للانفصالشاذّ
kwam uit · kwamen uit · zijn uitgekomen
يناسب
Komt dinsdag jou goed uit?
يتبيّن، يتّضح
Later kwam uit dat de cijfers niet klopten.
uitzoekenA2قابل للانفصالشاذّ
zocht uit · zochten uit · hebben uitgezocht
يستوضح
Ik zoek uit wat de regels precies zijn.
vallenA1شاذّ
viel · vielen · zijn gevallen
يسقط
Pas op, je valt bijna.
يصادف (تاريخًا)
Mijn verjaardag valt dit jaar op een zondag.
vangenB1شاذّ
ving · vingen · hebben gevangen
يمسك، يصطاد
Mijn zoon ving de bal met één hand.
vechtenB1شاذّ
vocht · vochten · hebben gevochten
يتقاتل، يكافح
De twee jongens vechten op het schoolplein.
verbergenB1شاذّ
verborg · verborgen · hebben verborgen
يُخفي
Het kind verbergt het cadeau onder zijn bed.
verbiedenA2شاذّ
verbood · verboden · hebben verboden
يمنع
Roken is in het gebouw verboden.
verbindenB1شاذّ
verbond · verbonden · hebben verbonden
يربط
Deze brug verbindt de twee delen van de stad.
verdwijnenB1شاذّ
verdween · verdwenen · zijn verdwenen
يختفي
Mijn sleutels zijn plotseling uit mijn tas verdwenen.
vergelijkenA2شاذّ
vergeleek · vergeleken · hebben vergeleken
يقارن
Vergelijk beide teksten met elkaar.
vergetenA1شاذّ
vergat · vergaten · hebben vergeten
ينسى
Ik ben mijn telefoon vergeten.
verkopenA1شاذّ
verkocht · verkochten · hebben verkocht
يبيع
Ze verkopen hier verse groente.
verlatenB1شاذّ
verliet · verlieten · hebben verlaten
يترك (مكانًا)
Wij verlaten het gebouw via de nooduitgang.
verliezenA2شاذّ
verloor · verloren · hebben/zijn verloren
يخسر؛ يفقد
Ons team heeft de wedstrijd met twee tegen één verloren.
verlopenB1شاذّ
verliep · verliepen · zijn verlopen
تنتهي صلاحيته؛ يسير
Mijn verblijfsvergunning is vorige maand verlopen.
vermijdenA2شاذّ
vermeed · vermeden · hebben vermeden
يتجنب
Probeer de spits te vermijden.
verschijnenB1شاذّ
verscheen · verschenen · zijn verschenen
يظهر؛ يصدر
Het nieuwe boek verschijnt volgende maand in de winkels.
verslaanB1شاذّ
versloeg · versloegen · hebben verslagen
يهزم
Ons team versloeg de kampioen met drie doelpunten.
zich verslapenA2انعكاسيشاذّ
versliep · versliepen · hebben verslapen
يستغرق في النوم فيتأخر
Ik heb me verslapen en kwam te laat.
vertrekkenA2شاذّ
vertrok · vertrokken · zijn vertrokken
يغادر
De trein vertrekt over vijf minuten.

