المفردات
1756 كلمة · صفحة 56 من 71
terugkomenA2قابل للانفصالشاذّ
kwam terug · kwamen terug · zijn teruggekomen
يعود
Hij komt volgende week terug.
de testA2
اختبار، تحليل
De dokter doet een test om te zien wat je hebt.
testenA2
testte · hebben getest
يختبر
De dokter wil je bloed nog een keer testen.
tevredenA2
راضٍ
Zij is tevreden met het resultaat.
de theeA1
شاي
Ik drink liever thee dan koffie.
de theorieA2
نظرية
In theorie klopt het, in de praktijk niet.
de thermometerA2
ميزان حرارة
Meet even met de thermometer.
de thermostaatA2
منظم الحرارة
Zet de thermostaat op negentien graden.
het thuisA1
في المنزل
Vandaag werk ik thuis.
thuisblijvenA2قابل للانفصالشاذّ
bleef thuis · bleven thuis · zijn thuisgebleven
يبقى في المنزل
Ik blijf vandaag thuis.
tienA1
عشرة
Ik heb nog tien minuten.
de tijdA1
وقت
Ik heb geen tijd vandaag.
tijdensA1
أثناء
Tijdens de les mag je niet bellen.
het tijdschriftA2
مجلة
Het artikel stond in een wetenschappelijk tijdschrift.
het tijdstipA2
توقيت
Wat is een handig tijdstip voor jou?
tillenA2
tilde · hebben getild
يحمل (شيئًا ثقيلًا)
Deze doos is te zwaar om alleen te tillen.
de tipA2
نصيحة صغيرة
Heb jij een goede tip voor een goedkoop restaurant?
tochA1
مع ذلك
Het was koud, maar we gingen toch.
de toekomstA2
مستقبل
In de toekomst wil ik verpleegkundige worden.
toenA2
عندما (في الماضي)؛ آنذاك
Toen ik klein was, woonde ik in een dorp.
de toeslagA2
بدل، إعانة
Je kunt bij de Belastingdienst een toeslag aanvragen.
toestaanA2قابل للانفصالشاذّ
stond toe · stonden toe · hebben toegestaan
يسمح
Honden zijn hier niet toegestaan.
toevalligA2
بالصدفة
Ik zag mijn oude leraar toevallig in de supermarkt.
het toiletA1
مرحاض
Waar is het toilet?
de tomaatA1
طماطم
Doe een tomaat in de salade.

