المفردات
1768 كلمة · صفحة 53 من 71
de startB1
بداية، انطلاق
De start van de wandeltocht is om tien uur bij het station.
het statiegeldA2
تأمين العبوة
Op flessen zit statiegeld.
het stationA2
محطة
Het station is vlak bij mijn huis.
de steenA2
حجر؛ طوب
Er ligt een grote steen midden op het fietspad.
de stemA2
صوت
Je hebt een mooie stem, zing je vaak?
صوت انتخابي
Iedereen vanaf achttien jaar mag zijn stem uitbrengen.
de sterA2
نجمة
Vannacht zie je veel sterren aan de hemel.
de steunB1
دعم
Bedankt voor je steun in deze moeilijke tijd.
de stiefmoederA1
زوجة الأب
Zijn stiefmoeder woont bij hen in huis.
de stijlB1
أسلوب
Ik vind de stijl van dit huis erg mooi.
de stoelA1
كرسي
Neem een stoel en ga zitten.
de stoepA2
رصيف
Loop op de stoep, niet op het fietspad.
de stofB1
قماش؛ مادة
Deze jurk is gemaakt van een zachte stof.
het stof
غبار
Op de kast ligt een dikke laag stof.
de stofzuigerA2
مكنسة كهربائية
Waar staat de stofzuiger?
het stopcontactA1
مقبس كهربائي
Er is hier geen stopcontact.
de storingA2
عطل
Er is een storing in de verwarming.
de stormB1
عاصفة
Door de storm reden er geen treinen.
de stortingA2
إيداع
De storting is nog niet zichtbaar op mijn rekening.
de straatA1
شارع
Ik woon in een rustige straat.
de strafA2
عقوبة
Hij kreeg een voorwaardelijke straf.
het strandB1
شاطئ
Het strand is een half uur rijden.
de stressB1
ضغط نفسي
Door de drukte heb ik veel stress.
de stroopwafelA1
وافل الشراب
Een stroopwafel bij de koffie is heerlijk.
de studentA1
طالب
Als student krijg je korting.
de studieA2
دراسة
Na haar studie wil zij als advocaat werken.
het studieadviesB1
إرشاد دراسي
Vraag studieadvies aan bij de school.

