المفردات
3699 كلمة · صفحة 50 من 148
de hoedA2
قبعة
In de zon draagt mijn opa altijd een hoed.
de hoekA1
زاوية
De bakker zit om de hoek.
hoelangA1
كم من الوقت
Hoelang woon je al in Nederland?
de hoestdrankA2
شراب السعال
Neem 's avonds wat hoestdrank.
hoestenA2
hoestte · hebben gehoest
يسعل
Het kind hoest de hele nacht.
hoeveelA1
كم
Hoeveel kost dit?
de hoeveelheidA2
كمية
Gebruik een kleine hoeveelheid zout.
hoevenA2شاذّ
hoefde · hoefden · hebben gehoeven
لا يلزم
Je hoeft morgen niet naar school te komen.
hoewelA2
على الرغم من أن
Hoewel het regende, gingen we toch.
hoezoA2
لماذا؟ كيف ذلك؟
Hoezo kun je morgen niet komen, ben je ziek?
de hogeschoolB1
معهد عالٍ
Na het mbo wil ze naar de hogeschool.
hoiA1
أهلا
Hoi, hoe is het?
de hondA1
كلب
De hond moet hier aangelijnd zijn.
honderdA1
مائة
Dat kost ongeveer honderd euro.
de hongerA1
جوع
Ik heb honger.
de honingA1
عسل
Doe wat honing in je thee.
het hoofdA1
رأس
Mijn hoofd doet pijn.
رئيس (قسم)
Het hoofd van de afdeling neemt het besluit.
het hoofdgerechtA2
الطبق الرئيسي
Het hoofdgerecht was vis met groente.
de hoofdpijnA2
صداع
Ik heb de hele dag hoofdpijn.
de hoofdstadA2
العاصمة
Amsterdam is de hoofdstad van Nederland.
hoogA1
عالٍ
Dat gebouw is heel hoog.
de hoogteB1
علوّ
De vlieger vliegt op grote hoogte boven het strand.
het hoogtepuntB1
ذروة، أبرز لحظة
Het hoogtepunt van de vakantie was de boottocht.
het hoogwaterB1
ارتفاع منسوب المياه
Bij hoogwater staan de dijken onder druk.
hopelijkA2
نأمل أن
Hopelijk is het morgen mooi weer voor het feest.

