المفردات
2767 كلمة · صفحة 5 من 111
de allergieA2
حساسية
Ik heb een allergie voor noten.
allerleiB1
شتّى أنواع
Op de markt kun je allerlei groenten kopen.
allesA1
كل شيء
Alles is klaar.
alsA1
إذا، عندما
Als het regent, blijven we binnen.
alsjeblieftA1
من فضلك؛ تفضل
Hier is je koffie, alsjeblieft.
alsofB1
كأنّ
Hij doet alsof hij niets gehoord heeft.
het alternatiefB1
بديل
Is er een alternatief voor de auto?
altijdA1
دائما
Hij komt altijd te laat.
alweerA2
مرّة أخرى (مجددًا)
Het regent alweer, de hele week al.
de ambitieB1
طموح
Zij heeft de ambitie om leidinggevende te worden.
de ambtenaarB1
موظف حكومي
De ambtenaar hielp mij met het formulier.
de ambulanceA2
سيارة إسعاف
Bel 112 voor een ambulance.
de analyseA2
تحليل
Uit de analyse blijkt iets anders.
anderA1
آخر
Heb je een andere maat?
andersA2
بشكل مختلف؛ وإلا
Hij ziet er nu heel anders uit dan vroeger.
de angstA2
خوف
Zijn angst om te falen hield hem tegen.
het antwoordA1
جواب
Ik heb nog geen antwoord op mijn e-mail gekregen.
antwoordenA2
antwoordde · hebben geantwoord
يجيب
Hij antwoordde niet op mijn vraag.
apartA1
منفصل
We betalen apart.
de apotheekA2
صيدلية
De apotheek is naast de huisarts.
de appA1
تطبيق (للهاتف)
Met deze app kun je een treinkaartje kopen.
رسالة (في تطبيق محادثة)
Ik stuur je vanavond een app.
het apparaatA2
جهاز
Zet het apparaat uit voordat je het schoonmaakt.
het appartementA2
شقة
Zij huurt een klein appartement.
de appelA1
تفاحة
Ik neem een appel mee naar mijn werk.
appenA2
appte · hebben geappt
يراسل (عبر تطبيق)
Ik app je zodra ik op het station ben.

