المفردات
1756 كلمة · صفحة 5 من 71
bedankenA1
bedankte · hebben bedankt
يشكر
Ik wil je bedanken voor je hulp.
bedenkenA2شاذّ
bedacht · bedachten · hebben bedacht
يبتكر، يخترع (فكرة)
Wie heeft dit plan bedacht?
zich bedenkenانعكاسي
يغيّر رأيه
Hij wilde eerst mee, maar bedacht zich.
bedervenA2شاذّ
bedierf · bedierven · zijn bedorven
يفسد
Vlees bederft snel in de warmte.
bedoelenA1
bedoelde · hebben bedoeld
يقصد
Wat bedoel je precies?
het bedragA2
مبلغ
Het bedrag staat onderaan de rekening.
het bedrijfA1
شركة
Zij werkt bij een groot bedrijf.
de bedrijfskledingA2
زي الشركة
De bedrijfskleding krijg je van je werkgever.
de bedrijfsregelsA2
قواعد الشركة
Lees de bedrijfsregels op je eerste werkdag.
het bedrijfsuitjeA2
رحلة الشركة
Volgende maand is het bedrijfsuitje.
het beenA1
ساق
Hij heeft zijn been gebroken.
het beetjeA1
قليلًا
Ik spreek al een beetje Nederlands en Engels.
het beginA1
بداية (البدء)
Aan het begin van de les zeggen we iets over het weekend.
beginnenA1شاذّ
begon · begonnen · zijn begonnen
يبدأ
De les begint om negen uur.
begrijpenA1شاذّ
begreep · begrepen · hebben begrepen
يفهم
Ik begrijp de vraag niet helemaal.
beideA2
كِلا
Beide kinderen gaan naar dezelfde school.
bekendA2
معروف
Deze zanger is in heel Nederland bekend.
bekijkenA2شاذّ
bekeek · bekeken · hebben bekeken
يطّلع على، يشاهد
Wil je de foto's van de vakantie bekijken?
de belA1
جرس الباب
De bel doet het niet.
belangrijkA1
مهم
Dit is een belangrijke brief.
de belastingA2
ضريبة
Je moet elk jaar belasting aangeven.
de belastingdienstA2
مصلحة الضرائب
De belastingdienst stuurt in maart een brief.
het beleidA2
سياسة
Het beleid van de gemeente is veranderd.
belevenA2
beleefde · hebben beleefd
يعيش تجربة
Iedereen beleeft zo'n dag anders.
bellenA1
belde · hebben gebeld
يتّصل (هاتفيًا)
Ik bel je vanavond na het eten.
benedenA2
في الطابق السفلي
De keuken is beneden en de slaapkamers zijn boven.

