المفردات
1784 كلمة · صفحة 43 من 72
overalA2
في كل مكان
Er liggen overal fietsen.
de overheidA1
الحكومة
De overheid heeft nieuwe regels aangekondigd.
het overhemdA2
قميص رسمي
Voor het feest trek ik een wit overhemd aan.
overlijdenA2شاذّ
overleed · overleden · zijn overleden
يتوفّى
Zijn vader is vorig jaar in het ziekenhuis overleden.
overmorgenA1
بعد غد
Overmorgen begint mijn vakantie.
overstappenA2قابل للانفصال
stapte over · zijn overgestapt
يبدل وسيلة النقل
In Utrecht moet je overstappen.
ينتقل (إلى مزوّد آخر)
Veel mensen stappen over naar een goedkopere zorgverzekering.
overtuigenA2
overtuigde · hebben overtuigd
يقنع
Hij wist iedereen te overtuigen.
de overurenA2
ساعات إضافية
Deze week heb ik veel overuren gemaakt.
het overzichtA2
نظرة عامة
Hier is een overzicht van de kosten.
het paarA1
زوج، بضعة
Ik blijf nog een paar dagen.
het paardA2
حصان
Het paard graast in de wei.
paarsA1
بنفسجي
De bloemen in de tuin zijn paars.
het padA2
ممرّ، درب
Volg het smalle pad door het bos.
de paginaA2
صفحة (ورقية أو إلكترونية)
Open je boek op pagina vijftig.
het pakA2
بدلة؛ علبة
Hij draagt een donker pak naar de bruiloft.
het pakjeA1
طرد
Er ligt een pakje voor je bij de buren.
pakkenA1
pakte · hebben gepakt
يمسك، يأخذ
Pak even een glas voor me.
de panA2
قدر، مقلاة
Doe de groente in de pan.
de papaA1
بابا
Papa brengt ons morgen met de auto naar school.
het papierA1
ورق
Schrijf het op een blaadje papier.
de paprikaA1
فلفل حلو
Snijd de paprika in reepjes.
de parapluA1
مظلة
Neem een paraplu mee, het gaat regenen.
pardonA1
عفوا
Pardon, mag ik er even langs?
het parkA1
حديقة عامة
We wandelen graag in het park.
parkerenA2
parkeerde · hebben geparkeerd
يركن
Hier mag je niet parkeren.

