المفردات
1768 كلمة · صفحة 41 من 71
de panA2
قدر، مقلاة
Doe de groente in de pan.
de papaA1
بابا
Papa brengt ons morgen met de auto naar school.
het papierA1
ورق
Schrijf het op een blaadje papier.
de paprikaA1
فلفل حلو
Snijd de paprika in reepjes.
de parapluA1
مظلة
Neem een paraplu mee, het gaat regenen.
het parkA1
حديقة عامة
We wandelen graag in het park.
het parkeerbeleidB1
سياسة الوقوف
Het parkeerbeleid in de stad is streng.
de parkeerplaatsB1
موقف سيارة
Er is geen parkeerplaats vrij.
het parkeertariefB1
تعرفة الوقوف
Het parkeertarief in het centrum is hoog.
de parkeervergunningB1
تصريح وقوف
In het centrum heb je een parkeervergunning nodig.
het parlementA2
البرلمان
Het parlement stemde over het wetsvoorstel.
de participatieverklaringA2
إعلان المشاركة
De participatieverklaring hoort bij de inburgering.
de partijB1
حزب
Op welke partij ga jij bij de verkiezingen stemmen?
de partnerA1
شريك الحياة
Mijn partner werkt in het onderwijs.
pasA2
فقط (ليس قبل)
De winkel gaat pas om tien uur open.
de pas
بطاقة (بنكية)
Betaal je met je pas of contant?
de pastaA1
معكرونة
Vanavond maak ik pasta.
de patatA1
بطاطس مقلية
Op vrijdag eten we patat.
de patiëntB1
مريض (يتلقى العلاج)
De patiënt is goed hersteld.
het patiëntendossierB1
ملف المريض
U mag uw patiëntendossier inzien.
de pauzeA2
استراحة
We hebben om twaalf uur pauze.
de pechA2
عطل؛ سوء حظ
Ik had pech met de auto onderweg.
de peerA1
كمثرى
Deze peer is heel zoet.
de penA1
قلم
Heb je een pen voor me?
het pensioenA2
تقاعد
Zij gaat volgend jaar met pensioen.
de peperA1
فلفل
Doe er wat peper op.

