المفردات
1784 كلمة · صفحة 39 من 72
het nieuwsA1
أخبار
Ik volg het nieuws elke ochtend.
nieuwsgierigA2
فضولي
Ik ben nieuwsgierig naar het resultaat.
niksA2
لا شيء (عامية)
Ik heb vandaag nog niks gegeten.
het niveauA2
مستوى
Op welk niveau zit je nu?
nodigA1
ضروري
Ik heb je hulp nodig.
noemenA2
noemde · hebben genoemd
يسمّي
Hoe noem je dit ding in het Nederlands?
nogA1
لا يزال
Ik ben nog niet klaar.
nogmaalsA1
مرة أخرى
Nogmaals bedankt voor je hulp.
nooitA1
أبدا
Ik drink nooit alcohol.
het noordenA2
الشمال
Groningen ligt in het noorden van Nederland.
de nootA1
مكسرات
Ik ben allergisch voor noten.
نوتة موسيقية
Bij deze noot moet je het pedaal indrukken.
normaalA2
عادي
Dat is hier heel normaal.
nouA2
حسنًا، إذن
Nou, dan zie ik je morgen wel.
novemberA1
نوفمبر
November is een donkere maand.
nuA1
الآن
Ik heb nu geen tijd.
het nummerA1
رقم
Wat is het nummer van je huis?
de oceaanA2
محيط
De oceaan neemt veel warmte op.
de ochtendA1
صباح
In de ochtend drink ik koffie.
de oefeningA2
تمرين
Maak oefening drie op bladzijde tien.
de oefentoetsA2
اختبار تدريبي
Maak eerst een oefentoets.
ofA1
أو
Wil je thee of koffie?
oktoberA1
أكتوبر
In oktober vallen de bladeren.
de olieA2
زيت
Bak het in een beetje olie.
de olijfA1
زيتون
Wil je olijven bij de borrel?
omA1
في (الساعة)؛ حول
De les begint elke dag om half negen.
لكي (om … te)
Ik ga naar de bibliotheek om te studeren.

