المفردات
1756 كلمة · صفحة 34 من 71
makenA1
maakte · hebben gemaakt
يصنع
Zij maakt een taart voor het feest.
makkelijkA1
سهل
Deze oefening is makkelijk.
de mamaA1
ماما
Mama, mag ik vanmiddag bij mijn vriendin spelen?
de manA1
رجل
Die man werkt in de winkel.
زوج
Haar man haalt de kinderen van school.
de manierA1
طريقة
Dat is een handige manier om te oefenen.
de marktA2
سوق
Op zaterdag is er markt op het plein.
het matrasA1
مرتبة
Dit matras is te zacht voor mij.
de medestudentA2
زميل الدراسة
Ik oefen samen met een medestudent.
de medewerkerA2
موظف، عامل
Een medewerker van de winkel helpt mij met mijn vraag.
het medicijnA2
دواء
Neem dit medicijn twee keer per dag.
medischA2
طبي
Er is geen medische reden voor.
meeA1
معنا، برفقة
Ga je vanavond mee naar de bioscoop?
meedoenA2قابل للانفصالشاذّ
deed mee · deden mee · hebben meegedaan
يشارك
Doe je mee met de cursus?
meegaanA2قابل للانفصالشاذّ
ging mee · gingen mee · zijn meegegaan
يذهب مع
Mag ik met jullie meegaan naar het strand?
يدوم (للأشياء)
Deze schoenen gaan al vijf jaar mee.
het meelA1
طحين
Voor dit recept heb je meel nodig.
meemakenA2قابل للانفصال
maakte mee · hebben meegemaakt
يعايش
Ik heb veel meegemaakt dit jaar.
meenemenA2قابل للانفصالشاذّ
nam mee · namen mee · hebben meegenomen
يأخذ معه
Neem je paspoort mee.
يأخذ في الاعتبار
We nemen jouw voorstel mee in het besluit.
meerA1
أكثر
Ik heb meer tijd nodig.
het meer
بحيرة
In de zomer zwemmen we in het meer.
meestalA2
عادةً، غالباً
Ik ga meestal met de fiets.
meesteA1
معظم
De meeste mensen komen met de fiets.
de meesterA2
معلّم (ابتدائي)؛ أستاذ
De meester leest elke dag voor aan de klas.
meiA1
مايو
Mijn verjaardag is in mei.
de meidA2
فتاة (عامية)
Onze buurvrouw heeft twee meiden en een zoon.
het meisjeA1
فتاة
Het meisje speelt buiten.
meldenA1
meldde · hebben gemeld
يبلّغ
U moet een verhuizing melden bij de gemeente.

