المفردات
1053 كلمة · صفحة 33 من 43
de spinazieA1
سبانخ
Spinazie zit vol ijzer.
de spoedA2
استعجال، طوارئ
Bij spoed belt u dit nummer.
de sportA1
رياضة
Welke sport doe jij?
het spreekuurA2
ساعات العيادة
Het spreekuur is van negen tot elf.
de spullenA1
أغراض
Neem je spullen mee.
de stadA1
مدينة
Amsterdam is een grote stad.
het stadionA2
ملعب
Het stadion zat helemaal vol met supporters.
de stapA2
خطوة
Een cursus volgen is een goede eerste stap naar werk.
het statiegeldA2
تأمين العبوة
Op flessen zit statiegeld.
het stationA2
محطة
Het station is vlak bij mijn huis.
de steenA2
حجر؛ طوب
Er ligt een grote steen midden op het fietspad.
de stemA2
صوت
Je hebt een mooie stem, zing je vaak?
صوت انتخابي
Iedereen vanaf achttien jaar mag zijn stem uitbrengen.
de sterA2
نجمة
Vannacht zie je veel sterren aan de hemel.
de stiefmoederA1
زوجة الأب
Zijn stiefmoeder woont bij hen in huis.
de stoelA1
كرسي
Neem een stoel en ga zitten.
de stoepA2
رصيف
Loop op de stoep, niet op het fietspad.
de stofzuigerA2
مكنسة كهربائية
Waar staat de stofzuiger?
het stopcontactA1
مقبس كهربائي
Er is hier geen stopcontact.
de storingA2
عطل
Er is een storing in de verwarming.
de stortingA2
إيداع
De storting is nog niet zichtbaar op mijn rekening.
de straatA1
شارع
Ik woon in een rustige straat.
de strafA2
عقوبة
Hij kreeg een voorwaardelijke straf.
de stroopwafelA1
وافل الشراب
Een stroopwafel bij de koffie is heerlijk.
de studentA1
طالب
Als student krijg je korting.
de studieA2
دراسة
Na haar studie wil zij als advocaat werken.

