المفردات
1756 كلمة · صفحة 32 من 71
lettenA2
lette · hebben gelet
ينتبه (إلى)
Wil je even op de kinderen letten?
de letterA1
حرف
Schrijf je naam met grote letters.
letterlijkA2
حرفيا
Neem dat niet te letterlijk.
leukA1
لطيف، ممتع
Dat was een leuke avond.
levenA1
leefde · hebben geleefd
يعيش
Mijn opa leeft nog en is al negentig jaar.
het leven
حياة
Het leven hier is heel anders.
de leveringA2
تسليم
De levering duurt drie werkdagen.
de levertijdA2
مدة التسليم
De levertijd is drie werkdagen.
lezenA1شاذّ
las · lazen · hebben gelezen
يقرأ
Lees de tekst nog een keer.
het lichaamA1
جسم
Beweging is goed voor je lichaam.
het lichtA1
ضوء
Doe het licht even aan.
خفيف؛ فاتح
Deze jas is heel licht, ideaal voor de zomer.
het lidA2
عضو (في جمعية)
Ik ben vorig jaar lid geworden van de bibliotheek.
het liedA2
أغنية
De kinderen zingen een lied voor hun juf.
liefA2
لطيف، عزيز
Wat lief dat je bloemen voor me hebt gekocht!
de liefdeA2
حب
Hij schreef een brief vol liefde aan zijn vrouw.
liegenA2شاذّ
loog · logen · hebben gelogen
يكذب
Hij zei dat hij ziek was, maar hij loog.
lieverA1
أفضّل
Ik drink liever thee.
de liftA2
مصعد
De lift is kapot.
liggenA1شاذّ
lag · lagen · hebben gelegen
يقع، يستلقي
Het boek ligt op tafel.
lijkenA1شاذّ
leek · leken · hebben geleken
يبدو
Het lijkt me een goed idee.
de lijnA2
خطّ
Neem lijn vier richting het station.
de lijstA2
قائمة
Zet het op de lijst.
de limonadeA1
عصير مركّز
De kinderen krijgen limonade.
de linkA2
رابط
Ik stuur je straks de link naar de website.
linksA1
يسار
Sla bij de kerk links af.
de lipA1
شفة
Mijn lippen zijn droog van de kou.

