المفردات
1756 كلمة · صفحة 31 من 71
langskomenA2قابل للانفصالشاذّ
kwam langs · kwamen langs · zijn langsgekomen
يمر للزيارة
Kom je vanavond even langs?
langzaamA1
بطيء
Kunt u wat langzamer praten?
de laptopA1
حاسوب محمول
Thuis werk ik het liefst op mijn laptop.
lastigA2
صعب، مزعج
Het is lastig om in de stad te parkeren.
latenA1شاذّ
liet · lieten · hebben gelaten
يترك؛ يجعل
Ik laat mijn fiets repareren.
laterA1
لاحقا
We bellen later wel even.
de leeftijdA1
عمر
Wat is de leeftijd van je kinderen?
leegA1
فارغ
Mijn glas is leeg.
het leerboekA2
كتاب مدرسي
Neem je leerboek mee naar de les.
de leerlingA2
تلميذ
In deze klas zitten 25 leerlingen.
de leerplichtA2
التعليم الإلزامي
In Nederland geldt leerplicht tot achttien jaar.
het legerA1
الجيش
Het leger hielp bij de evacuatie.
leggenA1
legde · hebben gelegd
يضع (مسطحا)
Leg het boek op tafel.
lekkerA1
لذيذ
Deze soep is heel lekker.
lelijkA1
قبيح
Dat gebouw vind ik lelijk.
lenenA2
leende · hebben geleend
يستعير، يقرض
Kan ik tien euro van je lenen?
de lengteA2
طول
Wat is je lengte en je gewicht?
de lenteA1
ربيع
In de lente bloeien de tulpen.
de lepelA1
ملعقة
Ik eet soep met een lepel.
de leraarA2
معلم
De leraar legt het nog een keer uit.
lerenA1
leerde · hebben geleerd
يتعلم؛ يعلّم
Ik leer nu een jaar Nederlands.
de lesA1
درس
De les Nederlands begint om negen uur.
het lesmateriaalA2
المواد التعليمية
Het lesmateriaal krijg je bij de eerste les.
het lesroosterA2
جدول الحصص
Het lesrooster hangt bij de ingang.
het lesuurA2
حصة دراسية
Een lesuur duurt vijftig minuten.

