المفردات
634 كلمة · صفحة 3 من 26
bedervenA2شاذّ
bedierf · bedierven · zijn bedorven
يفسد
Vlees bederft snel in de warmte.
bedoelenA1
bedoelde · hebben bedoeld
يقصد
Wat bedoel je precies?
bedreigenB2
bedreigde · hebben bedreigd
يهدّد
De man bedreigde de verkoper met een mes.
beginnenA1شاذّ
begon · begonnen · zijn begonnen
يبدأ
De les begint om negen uur.
begravenB2شاذّ
begroef · begroeven · hebben begraven
يدفن
Mijn opa is begraven op de begraafplaats in het dorp.
begrijpenA1شاذّ
begreep · begrepen · hebben begrepen
يفهم
Ik begrijp de vraag niet helemaal.
behalenB2
behaalde · hebben behaald
يحصل على (شهادة)
Zij heeft haar diploma met mooie cijfers behaald.
behandelenB1
behandelde · hebben behandeld
يعالج؛ يعامل
De huisarts behandelt mijn klachten met rust en medicijnen.
behorenB2
behoorde · hebben behoord
ينتمي (إلى)
Nederland behoort tot de rijkste landen van de wereld.
behoudenB2شاذّ
behield · behielden · hebben behouden
يحافظ على
De gemeente wil het oude centrum behouden.
bekijkenA2شاذّ
bekeek · bekeken · hebben bekeken
يطّلع على، يشاهد
Wil je de foto's van de vakantie bekijken?
bekritiserenB2
bekritiseerde · hebben bekritiseerd
ينتقد
De pers bekritiseerde het besluit scherp.
belevenA2
beleefde · hebben beleefd
يعيش تجربة
Iedereen beleeft zo'n dag anders.
bellenA1
belde · hebben gebeld
يتّصل (هاتفيًا)
Ik bel je vanavond na het eten.
belovenB1
beloofde · hebben beloofd
يعد
Hij beloofde het morgen af te maken.
bemiddelenB2
bemiddelde · hebben bemiddeld
يتوسط
Een collega bemiddelde in het conflict.
zich bemoeienB2انعكاسي
bemoeide · hebben bemoeid
يتدخّل
Bemoei je er niet mee, het is haar zaak.
benaderenB1
benaderde · hebben benaderd
يتواصل مع
U kunt ons per e-mail benaderen.
benadrukkenB2
benadrukte · hebben benadrukt
يشدد على
Zij benadrukte het belang van goede afspraken.
benijdenB2
benijdde · hebben benijd
يحسد
Ik benijd haar rust niet weinig.
benoemenB2
benoemde · hebben benoemd
يعيّن
Zij is benoemd tot directeur van de school.
beogenB2
beoogde · hebben beoogd
يستهدف
De wet beoogt meer duidelijkheid.
beoordelenB2
beoordeelde · hebben beoordeeld
يقيّم ويصحح
De docent beoordeelt het werk anoniem.
bepalenA1
bepaalde · hebben bepaald
يحدد
Jij mag bepalen waar we eten.
beperkenB2
beperkte · hebben beperkt
يحدّ من
De gemeente wil het autoverkeer in het centrum beperken.

