المفردات
1768 كلمة · صفحة 3 من 71
het afzenderadresB1
عنوان المرسِل
Zet je afzenderadres op de envelop.
de agendaA2
أجندة
Ik zet de afspraak in mijn agenda.
de agentA2
شرطي
De agent vraagt naar mijn rijbewijs en paspoort.
het akkoordB1
اتفاق
Na lang praten kwamen ze tot een akkoord.
de alcoholB1
كحول
Drink geen alcohol bij deze medicijnen.
de allergieA2
حساسية
Ik heb een allergie voor noten.
het alternatiefB1
بديل
Is er een alternatief voor de auto?
de ambitieB1
طموح
Zij heeft de ambitie om leidinggevende te worden.
de ambtenaarB1
موظف حكومي
De ambtenaar hielp mij met het formulier.
de ambulanceA2
سيارة إسعاف
Bel 112 voor een ambulance.
de analyseA2
تحليل
Uit de analyse blijkt iets anders.
de angstA2
خوف
Zijn angst om te falen hield hem tegen.
het antwoordA1
جواب
Ik heb nog geen antwoord op mijn e-mail gekregen.
de apotheekA2
صيدلية
De apotheek is naast de huisarts.
de appA1
تطبيق (للهاتف)
Met deze app kun je een treinkaartje kopen.
رسالة (في تطبيق محادثة)
Ik stuur je vanavond een app.
het apparaatA2
جهاز
Zet het apparaat uit voordat je het schoonmaakt.
het appartementA2
شقة
Zij huurt een klein appartement.
de appelA1
تفاحة
Ik neem een appel mee naar mijn werk.
aprilA1
أبريل
In april bloeien de bloemen.
het arbeidsconflictB1
نزاع عمالي
Bij een arbeidsconflict kun je hulp vragen.
het arbeidscontractB1
عقد العمل
Mijn arbeidscontract loopt tot december.
de arbeidsduurB1
مدة العمل
De arbeidsduur is 36 uur per week.
de arbeidsovereenkomstA2
عقد عمل
De arbeidsovereenkomst is voor een jaar.
het arbeidsprocesB1
عملية العمل
Het hele arbeidsproces is opnieuw ingericht.
de arbeidsvoorwaardenB1
شروط العمل
De arbeidsvoorwaarden zijn goed geregeld.

