المفردات
2767 كلمة · صفحة 26 من 111
de euroA1
اليورو
De euro is in twintig landen betaalmiddel.
de evaluatieB1
تقييم
Na het project volgt een evaluatie.
evenA1
لحظة، قليلا
Wacht even, ik kom eraan.
het evenementB1
فعالية
Het evenement trekt duizenden bezoekers.
het examenB1
امتحان
Het examen is over twee weken.
de examenkostenB1
رسوم الامتحان
De examenkosten betaal je zelf.
de examenstofB1
مادة الامتحان
De examenstof staat in de studiegids.
de examenstressB1
توتر الامتحانات
Veel studenten hebben last van examenstress.
de examentrainingB1
تدريب على الامتحان
De examentraining duurt vier weken.
de examenuitslagB1
نتيجة الامتحان
De examenuitslag komt over vier weken.
de examenvoorbereidingB1
التحضير للامتحان
De examenvoorbereiding duurt twee maanden.
de examenvraagB1
سؤال الامتحان
Elke examenvraag heeft vier antwoorden.
de excursieB1
رحلة ميدانية
De school organiseert een excursie naar het museum.
het excuusB1
اعتذار؛ عذر
Hij bood zijn excuses aan voor het late antwoord.
de expertB1
خبير (مختص)
Een expert legt op tv uit wat er gebeurd is.
extraA2
إضافي
Voor een extra koffer betaal je dertig euro.
extreemB1
شديد، متطرّف
Door de extreme hitte bleven veel mensen binnen.
de factuurA2
فاتورة
De factuur moet binnen 14 dagen betaald worden.
de familieA1
عائلة
Mijn familie komt zondag eten.
het familiebezoekA1
زيارة عائلية
Zondag hebben we familiebezoek.
het familielidA1
فرد من العائلة
Er komt een familielid op bezoek.
de fanA2
معجب، مشجّع
Mijn zoon is een grote fan van deze voetballer.
fantastischA2
رائع جدًّا
We hebben een fantastische vakantie gehad.
favorietA2
مفضّل
Wat is jouw favoriete gerecht uit je eigen land?
februariA1
فبراير
In februari is het meestal koud.

