المفردات
6551 كلمة · صفحة 248 من 263
weinigA1
قليل
Ik heb weinig tijd.
wekelijksA1
أسبوعيا
De les is wekelijks op dinsdag.
wekkenB1
wekte · hebben gewekt
يوقظ؛ يثير
Wil je me om zeven uur wekken?
welA1
بلى، فعلًا
Ik heb geen auto, maar wel een fiets.
welbespraaktB2
فصيح
Hij is een welbespraakt spreker.
weleensA2
هل حدث أن؛ أحيانًا
Ben jij weleens in Maastricht geweest?
weliswaarB2
صحيح أن
Het is weliswaar duur, maar het werkt.
welkeA1
أي
Welke bus moet ik nemen?
welkomA1
أهلا وسهلا
Welkom bij ons thuis!
wellichtB2
ربما
Wellicht kunnen we een andere datum kiezen.
welsprekendB2
بليغ
Zij is een welsprekend spreker.
de welvaartB2
رخاء
Nederland kent een hoge welvaart.
het welvaartsniveauB2
مستوى الرفاه
Het welvaartsniveau is hier hoog.
de welvaartsverdelingB2
توزيع الثروة
De welvaartsverdeling is een politiek strijdpunt.
welwillendB2
متعاطف، ودود
De directie stond welwillend tegenover het voorstel.
het welzijnB2
الرفاه
Het welzijn van werknemers krijgt meer aandacht.
wennenA2
wende · zijn gewend
يعتاد
Ik moet nog wennen aan het Nederlandse weer.
de wensA2
أمنية
Mijn grootste wens is een eigen huis.
wensenA2
wenste · hebben gewenst
يتمنى
Wij wensen u veel beterschap.
de wereldA1
عالم
Nederlandse kaas is bekend in de hele wereld.
het werelderfgoedB2
التراث العالمي
Dit gebied staat op de lijst van werelderfgoed.
de WereldgezondheidsorganisatieB2
منظمة الصحة العالمية
De Wereldgezondheidsorganisatie adviseerde terughoudendheid.
de wereldoorlogB1
حرب عالمية
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Nederland bezet.
wereldwijdB1
عالمي؛ في العالم كله
Het probleem van plastic is wereldwijd bekend.
werenB2
weerde · hebben geweerd
يمنع دخول
De gemeente wil vervuilende auto's uit het centrum weren.

