المفردات
6551 كلمة · صفحة 245 من 263
wantA1
إذ، لأنّ
Ik blijf thuis, want ik ben ziek.
het wantrouwenB2
انعدام الثقة
Het wantrouwen tegenover de overheid groeit.
warmA1
دافئ، ساخن
De soep is nog warm.
de warming-upB2
الإحماء
Sla de warming-up nooit over.
de warmteA2
دفء، حرارة
Ik kan slecht tegen de warmte in de zomer.
het warmtenetB2
شبكة التدفئة
De wijk wordt aangesloten op een warmtenet.
de warmtepompB2
مضخة حرارية
Een warmtepomp vervangt de gasketel.
het warmteverliesB2
فقدان الحرارة
Het meeste warmteverlies gaat via het dak.
de wasA2
الغسيل (الملابس)
Ik doe elke zaterdag de was.
de wasdrogerA2
مجفف الملابس
In de winter gebruik ik de wasdroger.
het wasgoedA2
الغسيل
Het wasgoed hangt buiten te drogen.
de wasmachineA2
غسالة
De wasmachine is kapot.
de wasmandA1
سلة الغسيل
De vuile kleren liggen in de wasmand.
wassenA2شاذّ
waste · wasten · hebben gewassen
يغسل
Ik moet nog kleren wassen.
de wastafelA2
مغسلة
De kraan van de wastafel lekt.
watA1
ماذا
Wat doe je?
wat mij betreftB2
بالنسبة لي
Wat mij betreft beginnen we meteen.
het waterA1
ماء
Drink veel water op een warme dag.
het waterbeheerB2
إدارة المياه
Nederland staat bekend om zijn waterbeheer.
de waterbergingB2
منطقة تخزين المياه
Bij hevige regen is waterberging nodig.
de waterbesparingB2
توفير المياه
Waterbesparing begint bij korter douchen.
de waterkeringB2
حاجز مائي
De waterkering is versterkt.
de waterkwaliteitB1
جودة المياه
De waterkwaliteit van de rivier is verbeterd.
de waterlinieB2
خط الدفاع المائي
De waterlinie beschermde het land door onderwaterzetting.
de watermeterB2
عداد المياه
De watermeter wordt jaarlijks opgenomen.

