المفردات
6551 كلمة · صفحة 242 من 263
vreemdA2
غريب
Ik hoorde vannacht een vreemd geluid in de keuken.
vreselijkA2
مريع
Ik had vreselijke hoofdpijn na het feest.
de vreugdeB2
فرح
De geboorte van de baby bracht veel vreugde.
vrezenB1
vreesde · hebben gevreesd
يخشى
De boeren vrezen een droge zomer.
de vriendA1
صديق
Hij is een goede vriend van mij.
صديق حميم، شريك
Ze woont samen met haar vriend in Utrecht.
vriendelijkA2
ودود
De mensen in deze winkel zijn altijd erg vriendelijk.
de vriendelijkheidB2
اللطف
Zijn vriendelijkheid viel meteen op.
de vriendenkringB2
دائرة الأصدقاء
Zijn vriendenkring is klein maar hecht.
de vriendinA1
صديقة
Mijn vriendin komt uit Spanje.
de vriendschapA1
صداقة
Onze vriendschap duurt al twintig jaar.
vriezenA2شاذّ
vroor · vroren · hebben gevroren
يتجمّد (الطقس)
Vannacht gaat het vriezen, dus pas op voor gladheid.
de vriezerA2
مجمّد
Het brood ligt in de vriezer.
vrijA1
شاغر، حر
Is deze stoel vrij?
de vrijdagA1
الجمعة
Vrijdag werk ik thuis.
de vrijetijdsbestedingB1
نشاط وقت الفراغ
Sport is zijn favoriete vrijetijdsbesteding.
de vrijheidA2
الحرية
Vrijheid van meningsuiting kent grenzen.
vrijlatenB2قابل للانفصالشاذّ
liet vrij · lieten vrij · hebben vrijgelaten
يُطلق سراح
De verdachte werd na twee dagen vrijgelaten.
de vrijstellingB2
إعفاء
Met dit certificaat krijg je vrijstelling.
vrijwelB1
تقريبًا (كليًّا)
Vrijwel iedereen in de klas heeft een telefoon.
vrijwilligB1
طوعي
Zij helpt vrijwillig in de bibliotheek van de wijk.
de vrijwilligerA2
متطوع
Zij werkt als vrijwilliger bij de voedselbank.
de vrijwilligersorganisatieB2
منظمة تطوعية
De vrijwilligersorganisatie zoekt nieuwe leden.
het vrijwilligerswerkB1
عمل تطوعي
Zij doet vrijwilligerswerk in het buurthuis.
vroegA1
مبكرا
Ik sta elke dag vroeg op.
vroegerA2
سابقا
Vroeger woonde ik in een dorp.

