المفردات
5480 كلمة · صفحة 220 من 220
zwemmenB1شاذّ
zwom · zwommen · hebben/zijn gezwommen
يسبح
Ik ga twee keer per week zwemmen.
het zwerfafvalB2
النفايات المتناثرة
Vrijwilligers ruimen het zwerfafval op.
zwetenB2
zweette · hebben gezweet
يتعرق
Van de spanning begon hij te zweten.
zwijgzaamB2
قليل الكلام
Zij is van nature nogal zwijgzaam.
de zzp'erB2
عامل حر بلا موظفين
Steeds meer bouwvakkers werken als zzp'er.

