المفردات
136 كلمة · صفحة 2 من 6
eenmaalB1
مرّة؛ (nu eenmaal) هكذا الأمر
Het is nu eenmaal zo, daar kunnen we niets aan doen.
eensA2
مرّةً؛ (أداة تلطيف)
Kom eens langs als je tijd hebt.
eerderA2
أبكر؛ بالأحرى
Kun je morgen iets eerder komen?
eergisterenA1
أول أمس
Eergisteren was ik bij de dokter.
eerstA1
أولا
Ik ga eerst douchen.
eigenlijkA1
في الواقع
Eigenlijk vind ik het geen goed idee.
ergA1
جدا؛ سيئ
Dat is erg vervelend.
ergensA2
في مكان ما
Mijn sleutels liggen hier ergens.
evenA1
لحظة، قليلا
Wacht even, ik kom eraan.
gauwA1
قريبا
Tot gauw!
geledenA1
منذ (مضى)
Ik ben drie jaar geleden naar Nederland gekomen.
genoegA1
كافٍ
Er is genoeg eten voor iedereen.
gisteravondA2
مساء أمس
Gisteravond hebben we lekker gegeten bij vrienden.
gisterenA1
أمس
Gisteren was ik ziek.
graagA1
بسرور
Ik drink graag koffie.
heelA1
جدا؛ كامل
Het is heel warm vandaag.
heenA2
ذهابًا
Ik heb een kaartje heen en terug gekocht.
helaasA2
للأسف
Helaas kan ik niet komen.
helemaalA2
تمامًا
Ik ben de afspraak bij de tandarts helemaal vergeten.
hierA1
هنا
Ik woon hier al drie jaar.
hierbijB1
مرفقًا بهذا، بموجب هذا
Hierbij stuur ik u mijn cv en motivatiebrief.
hopelijkA2
نأمل أن
Hopelijk is het morgen mooi weer voor het feest.
inclusiefB1
شاملًا
De prijs is inclusief btw en bezorging.
inderdaadA2
حقاً، فعلاً
Dat klopt inderdaad.
ineensA2
فجأةً هكذا
Ineens ging het licht in het hele huis uit.

