المفردات
1756 كلمة · صفحة 19 من 71
de geldzorgenA2
هموم مالية
Veel gezinnen hebben geldzorgen.
geledenA1
منذ (مضى)
Ik ben drie jaar geleden naar Nederland gekomen.
gelijkA1
محق؛ متساوٍ
Je hebt gelijk.
de gelijkheidA2
مساواة
Gelijkheid is een belangrijke waarde.
gelovenA1
geloofde · hebben geloofd
يصدّق
Ik geloof je wel.
het geluidA2
صوت (ضجيج)
Ik hoor een vreemd geluid uit de keuken komen.
de geluidsoverlastA2
إزعاج الضوضاء
We hebben veel geluidsoverlast van de buren.
het gelukA1
حظ، سعادة
Veel geluk met je nieuwe baan!
gelukkigA1
سعيد؛ لحسن الحظ
Ze is gelukkig in haar nieuwe baan.
gemakkelijkA2
سهل (غير صعب)
De eerste opdracht van het examen was gemakkelijk.
de gemeenschapA2
مجتمع محلي
De hele gemeenschap hielp mee na de brand.
de gemeenteA2
بلدية
Je moet je inschrijven bij de gemeente.
de gemeenteraadA2
المجلس البلدي
De gemeenteraad besliste over het plan.
gemeubileerdA2
مفروش
Wij zoeken een gemeubileerde woning.
gemiddeldA2
في المتوسط
Ik werk gemiddeld dertig uur per week.
de generatieA2
جيل
De jongere generatie denkt hier anders over.
genezenA2شاذّ
genas · genazen · hebben/zijn genezen
يشفى، يُشفي
De wond is goed genezen.
genietenA1شاذّ
genoot · genoten · hebben genoten
يستمتع
Ik geniet van het rustige weekend.
genoegA1
كافٍ
Er is genoeg eten voor iedereen.
het gerechtA2
طبق (وجبة)
Dit gerecht is een specialiteit hier.
het gereedschapA1
أدوات
Het gereedschap ligt in de schuur.
de geschiedenisA1
تاريخ
De geschiedenis van dit gebouw is bijzonder.
geschiktA2
مناسب
Deze woning is geschikt voor een gezin.
het gesprekA1
محادثة
We hebben een goed gesprek gehad.
gestrestA2
مضغوط نفسياً
Voor het examen was ik erg gestrest.

