المفردات
6551 كلمة · صفحة 184 من 263
schokkenB2
schokte · hebben geschokt
يصدم
Het nieuws over het ongeluk schokte het hele dorp.
schokkendB2
صادم
De cijfers zijn ronduit schokkend.
de schoolA1
مدرسة
Mijn kinderen gaan hier naar school.
het schoolbestuurB2
إدارة المدرسة
Het schoolbestuur nam het besluit.
het schoolexamenB2
امتحان المدرسة
Het schoolexamen telt mee voor je eindcijfer.
de schoolgidsA2
دليل المدرسة
In de schoolgids staan alle regels.
het schooljaarA2
السنة الدراسية
Het nieuwe schooljaar begint eind augustus.
de schoolloopbaanB2
المسار المدرسي
Zijn schoolloopbaan verliep zonder problemen.
de schoolreisB2
رحلة مدرسية
De schoolreis gaat dit jaar naar een museum.
de schooltijdA2
أوقات الدراسة
Na schooltijd gaan de kinderen naar de opvang.
de schooluitvalB2
التسرب المدرسي
De gemeente wil de schooluitval terugdringen.
de schoolvakantieA2
العطلة المدرسية
In de schoolvakantie zijn de lessen vrij.
schoonA1
نظيف
De keuken is weer schoon.
de schoondochterA1
كنّة
Onze schoondochter komt uit Spanje.
de schoonheidB1
جمال
Ik geniet van de schoonheid van het landschap.
het schoonmaakbedrijfB2
شركة تنظيف
Het schoonmaakbedrijf werkt voor drie scholen.
het schoonmaakmiddelA2
مادة تنظيف
Dit schoonmaakmiddel werkt goed op tegels.
schoonmakenA2قابل للانفصال
maakte schoon · hebben schoongemaakt
ينظف
Op zaterdag maak ik het huis schoon.
de schoonmakerB2
عامل نظافة
De schoonmaker komt na sluitingstijd.
de schoonmoederA1
حماة
Mijn schoonmoeder komt zondag eten.
de schoonvaderA1
حمو
Mijn schoonvader helpt vaak in de tuin.
de schoonzoonA1
صهر (زوج الابنة)
Haar schoonzoon werkt in de bouw.
de schoonzusA1
سلفة
Mijn schoonzus komt uit Italië.
de schoorsteenA1
مدخنة
Uit de schoorsteen komt rook.
schoppenB2
schopte · hebben geschopt
يركل
Hij schopte de bal over het hek.

