Je EigenRoute
دخولإنشاء حساب

المفردات

6551 كلمة · صفحة 18 من 263

  • de barmanB2

    ساقي البار

    De barman kent iedereen bij naam.

  • baserenB1

    baseerde · hebben gebaseerd

    يبني (على)

    Het advies is gebaseerd op de toetsen van dit jaar.

  • de basisB1

    أساس

    Een goede basis in taal helpt bij elke opleiding.

  • de basisbehoefteB2

    حاجة أساسية

    Wonen is een basisbehoefte, geen luxe.

  • het basisonderwijsB2

    التعليم الابتدائي

    Het basisonderwijs duurt acht jaar.

  • de basisregistratieB2

    السجل الأساسي للسكان

    Je adres staat in de basisregistratie personen.

  • de basisschoolA2

    مدرسة ابتدائية

    Mijn dochter zit in groep vijf van de basisschool.

  • het basketbalA2

    كرة السلة

    Op dinsdag speel ik basketbal met mijn vrienden.

  • de batterijA1

    بطارية

    De batterij is leeg.

  • beantwoordenB1

    beantwoordde · hebben beantwoord

    يُجيب عن

    Beantwoord de vragen in hele zinnen.

  • het bedA1

    سرير

    Ik ga vroeg naar bed.

  • bedaardB2

    هادئ رزين

    Hij antwoordde bedaard op alle vragen.

  • bedankenA1

    bedankte · hebben bedankt

    يشكر

    Ik wil je bedanken voor je hulp.

  • bedekkenB1

    bedekte · hebben bedekt

    يغطّي

    Bedek de pan met een deksel.

  • bedenkenA2شاذّ

    bedacht · bedachten · hebben bedacht

    يبتكر، يخترع (فكرة)

    Wie heeft dit plan bedacht?


    zich bedenkenانعكاسي

    يغيّر رأيه

    Hij wilde eerst mee, maar bedacht zich.

  • de bedenktijdB2

    مهلة التفكير

    Je hebt veertien dagen bedenktijd.

  • het bederfB2

    الفساد الغذائي

    Bij warmte treedt bederf sneller op.

  • bedervenA2شاذّ

    bedierf · bedierven · zijn bedorven

    يفسد

    Vlees bederft snel in de warmte.

  • bedienenB1

    bediende · hebben bediend

    يخدم؛ يشغّل

    Een vriendelijke ober bedient ons aan tafel.

  • bedoelenA1

    bedoelde · hebben bedoeld

    يقصد

    Wat bedoel je precies?

  • de bedoelingB1

    نيّة

    Het was niet mijn bedoeling om je pijn te doen.

  • het bedragA2

    مبلغ

    Het bedrag staat onderaan de rekening.

  • bedragenB1شاذّ

    bedroeg · bedroegen · hebben bedragen

    يبلغ (مبلغ)

    De huur bedraagt negenhonderd euro per maand.

  • bedreigenB1

    bedreigde · hebben bedreigd

    يهدّد

    De man bedreigde de verkoper met een mes.

  • de bedreigingB1

    تهديد

    Klimaatverandering is een bedreiging voor laag Nederland.