المفردات
4334 كلمة · صفحة 171 من 174
zeventienA1
سبعة عشر
Mijn dochter wordt volgende week zeventien jaar.
zeventigA1
سبعون
Buiten de bebouwde kom mag je zeventig.
het zichtB1
رؤية، منظر
Door de mist was er weinig zicht op de weg.
zichtbaarB1
مرئي
Draag in het donker een zichtbaar hesje op de fiets.
ziekA1
مريض
Ik ben vandaag ziek.
het ziekenhuisA2
مستشفى
Ze ligt sinds gisteren in het ziekenhuis.
het ziekenhuisbezoekB1
زيارة المستشفى
Het ziekenhuisbezoek duurde twee uur.
de ziekenhuisopnameB1
الإدخال إلى المستشفى
Een ziekenhuisopname was niet nodig.
zich ziekmeldenA2قابل للانفصالانعكاسي
meldde ziek · hebben ziekgemeld
يبلغ عن مرضه
Je moet je voor negen uur ziekmelden.
de ziekmeldingB1
إشعار مرضي
Doe je ziekmelding voor negen uur.
de ziekteA1
مرض
Het is een ziekte die vaak voorkomt.
het ziektebeeldB1
الصورة المرضية
Dit ziektebeeld komt vaker voor bij ouderen.
de ziektekostenB1
التكاليف الطبية
De ziektekosten worden grotendeels vergoed.
de ziektekostenvergoedingB1
تعويض التكاليف الطبية
Vraag na of je ziektekostenvergoeding krijgt.
zieligA2
مثير للشفقة
Dat kleine katje in de regen is echt zielig.
zienA1شاذّ
zag · zagen · hebben gezien
يرى
Ik zie je morgen.
de zijdeA2
حرير
De sjaal is van zijde.
جانب، ناحية
Aan de andere zijde van de straat staat een apotheek.
de zijkantA2
الجانب
De ingang zit aan de zijkant van het huis.
zijnA1شاذّ
was · waren · zijn geweest
يكون
Ik ben blij dat je er bent.
ـه (ضمير ملكية للمذكر)
Peter pakt zijn jas en loopt naar buiten.
het zilverB1
فضة
Deze ring is van echt zilver.
de zinA2
جملة
Schrijf een zin met het woord 'huis'.
رغبة
Ik heb geen zin om vandaag te koken.
zingenA2شاذّ
zong · zongen · hebben gezongen
يغني
Op verjaardagen zingen we een lied.
zinloosB1
بلا جدوى
Verder discussiëren was zinloos.
zinvolB1
ذو معنى
Vrijwilligerswerk voelt zinvol.
zittenA1شاذّ
zat · zaten · hebben gezeten
يجلس
Zij zit op de bank.
يوجد، موجود (داخل شيء)
De sleutels zitten in de zak van mijn jas.

