المفردات
4334 كلمة · صفحة 168 من 174
de winkelierA2
صاحب المتجر
De winkelier kent al zijn klanten.
de winkelketenA2
سلسلة متاجر
Deze winkelketen heeft filialen door het hele land.
het winkelmandjeA2
سلة التسوق
Voor een paar dingen pak ik een winkelmandje.
het winkelpersoneelA2
موظفو المتجر
Het winkelpersoneel helpt je graag.
de winkeltijdenA2
أوقات عمل المتجر
De winkeltijden staan op de deur.
de winkelwagenA2
عربة تسوق
Voor een winkelwagen heb je een muntje nodig.
de winnaarA2
فائز
De winnaar krijgt een prijs van honderd euro.
winnenA2شاذّ
won · wonnen · hebben gewonnen
يفوز
Wie heeft gisteren de wedstrijd gewonnen?
de winterA1
شتاء
De winter is hier nat en koud.
de wiskundeB1
الرياضيات
Wiskunde is voor dit profiel verplicht.
wisselenA2
wisselde · hebben gewisseld
يصرف (نقودا)
Kunt u dit briefje van vijftig wisselen?
يتغيّر، يتناوب
Het weer wisselt hier van uur tot uur.
witA1
أبيض
De muren zijn wit geverfd.
woedenB1
woedde · hebben gewoed
يهيج
De storm woedde de hele nacht over het land.
de woensdagA1
الأربعاء
Woensdag zijn de kinderen vrij.
de woestijnB1
صحراء
De woestijn breidt zich langzaam uit.
de wolfB1
ذئب
Sinds een paar jaar leeft de wolf weer in Nederland.
de wolkB1
سحابة
Er hangen donkere wolken.
de wondA1
جرح
Maak de wond eerst schoon.
de wondgenezingB1
التئام الجرح
De wondgenezing verloopt goed.
de wondverzorgingA2
العناية بالجرح
De verpleegkundige doet de wondverzorging.
wonenA1
woonde · hebben gewoond
يسكن
Wij wonen in Utrecht.
de woningA2
مسكن
Een betaalbare woning vinden is moeilijk.
de woningcorporatieA2
مؤسسة الإسكان
De woningcorporatie verhuurt sociale woningen.
de woonadresA2
عنوان السكن
Geef je nieuwe woonadres door aan de gemeente.
de woonkamerA1
غرفة المعيشة
De woonkamer is het grootst.

