Je EigenRoute
دخولإنشاء حساب

المفردات

3699 كلمة · صفحة 144 من 148

  • de woningcorporatieA2

    مؤسسة الإسكان

    De woningcorporatie verhuurt sociale woningen.

  • de woonadresA2

    عنوان السكن

    Geef je nieuwe woonadres door aan de gemeente.

  • de woonkamerA1

    غرفة المعيشة

    De woonkamer is het grootst.

  • de woonlastenB1

    تكاليف السكن

    De woonlasten zijn dit jaar flink gestegen.

  • de woonplaatsA2

    مكان الإقامة

    Vul je naam, adres en woonplaats in.

  • de woonruimteA2

    مساحة سكنية

    Woonruimte is in deze stad schaars.

  • het woordA1

    كلمة

    Ik ken dit woord nog niet.

  • het woordenboekA2

    قاموس

    Zoek het woord op in het woordenboek.

  • de woordkeuzeB1

    اختيار الكلمات

    Let op je woordkeuze in een formele brief.

  • wordenA1شاذّ

    werd · werden · zijn geworden

    يصبح

    Hij wil dokter worden.


    (فعل مساعد للمبني للمجهول)

    De brief wordt morgen verstuurd.

  • de workshopB1

    ورشة عمل

    Ik volg zaterdag een workshop over solliciteren.

  • de worstA1

    نقانق

    Bij de slager kocht ik worst.

  • de wortelA1

    جزرة

    Doe de wortels in de soep.


    جذر

    De wortel van deze boom komt door het tegelpad heen.

  • de yoghurtA1

    لبن زبادي

    Ik eet yoghurt bij het ontbijt.

  • de zaakA2

    مسألة؛ متجر

    Mijn oom heeft een eigen zaak in het centrum.

  • de zaalA2

    قاعة

    De zaal zat vol voor het concert.

  • zachtA1

    ناعم

    Dit kussen is lekker zacht.


    هادئ، خافت (عن الصوت)

    Praat wat zachter, de kinderen slapen al.

  • de zakA1

    جيب؛ كيس

    Mijn sleutels zitten in mijn zak.

  • zakelijkB1

    تجاري، رسمي

    Ik schrijf een zakelijke brief aan de gemeente.

  • zakkenB1

    zakte · zijn gezakt

    يرسب

    Hij is helaas gezakt voor het examen.


    de zakken

    أكياس (جمع zak)

    Hij zet de zakken met oud papier bij de container.

  • de zalfA2

    مرهم

    Smeer deze zalf twee keer per dag op de wond.

  • het zandA2

    رمل

    De kinderen spelen met emmers in het zand.

  • de zangerA2

    مغنٍّ

    De zanger kwam op het podium en iedereen juichte.

  • de zaterdagA1

    السبت

    Op zaterdag doe ik boodschappen.

  • het zebrapadA2

    ممر المشاة

    Steek over bij het zebrapad.