Je EigenRoute
دخولإنشاء حساب

المفردات

3699 كلمة · صفحة 136 من 148

  • de vorkA1

    شوكة

    Er ligt geen vork op tafel.

  • de vormB1

    شكل

    Deze tafel heeft een ronde vorm.

  • vormenB1

    vormde · hebben gevormd

    يشكّل

    De kinderen vormen een kring rond de leraar.

  • de vorstB1

    صقيع

    Vannacht wordt er vorst verwacht.


    عاهل، ملك

    De vorst opende zelf het nieuwe gebouw.

  • de vraagA1

    سؤال

    Mag ik u een vraag stellen over het formulier?

  • de vraagstellingB1

    صياغة السؤال

    Let goed op de vraagstelling van de opdracht.

  • de vrachtwagenA2

    شاحنة

    Een grote vrachtwagen staat midden op de straat.

  • vragenA1شاذّ

    vroeg · vroegen · hebben gevraagd

    يسأل

    Mag ik iets vragen?


    يطلب

    Hij vraagt zijn buurman om hulp.

  • de vredeB1

    سلام

    Iedereen wil in vrede en veiligheid leven.

  • vreemdA2

    غريب

    Ik hoorde vannacht een vreemd geluid in de keuken.

  • vreselijkA2

    مريع

    Ik had vreselijke hoofdpijn na het feest.

  • vrezenB1

    vreesde · hebben gevreesd

    يخشى

    De boeren vrezen een droge zomer.

  • de vriendA1

    صديق

    Hij is een goede vriend van mij.


    صديق حميم، شريك

    Ze woont samen met haar vriend in Utrecht.

  • vriendelijkA2

    ودود

    De mensen in deze winkel zijn altijd erg vriendelijk.

  • de vriendinA1

    صديقة

    Mijn vriendin komt uit Spanje.

  • de vriendschapA1

    صداقة

    Onze vriendschap duurt al twintig jaar.

  • vriezenA2شاذّ

    vroor · vroren · hebben gevroren

    يتجمّد (الطقس)

    Vannacht gaat het vriezen, dus pas op voor gladheid.

  • de vriezerA2

    مجمّد

    Het brood ligt in de vriezer.

  • vrijA1

    شاغر، حر

    Is deze stoel vrij?

  • de vrijdagA1

    الجمعة

    Vrijdag werk ik thuis.

  • de vrijetijdsbestedingB1

    نشاط وقت الفراغ

    Sport is zijn favoriete vrijetijdsbesteding.

  • de vrijheidA2

    الحرية

    Vrijheid van meningsuiting kent grenzen.

  • vrijwelB1

    تقريبًا (كليًّا)

    Vrijwel iedereen in de klas heeft een telefoon.

  • vrijwilligB1

    طوعي

    Zij helpt vrijwillig in de bibliotheek van de wijk.

  • de vrijwilligerA2

    متطوع

    Zij werkt als vrijwilliger bij de voedselbank.