Je EigenRoute
دخولإنشاء حساب

المفردات

283 كلمة · صفحة 12 من 12

  • zich ziekmeldenA2قابل للانفصالانعكاسي

    meldde ziek · hebben ziekgemeld

    يبلغ عن مرضه

    Je moet je voor negen uur ziekmelden.

  • zienA1شاذّ

    zag · zagen · hebben gezien

    يرى

    Ik zie je morgen.

  • zijnA1شاذّ

    was · waren · zijn geweest

    يكون

    Ik ben blij dat je er bent.


    ـه (ضمير ملكية للمذكر)

    Peter pakt zijn jas en loopt naar buiten.

  • zingenA2شاذّ

    zong · zongen · hebben gezongen

    يغني

    Op verjaardagen zingen we een lied.

  • zittenA1شاذّ

    zat · zaten · hebben gezeten

    يجلس

    Zij zit op de bank.


    يوجد، موجود (داخل شيء)

    De sleutels zitten in de zak van mijn jas.

  • zoekenA1شاذّ

    zocht · zochten · hebben gezocht

    يبحث

    Ik zoek mijn sleutels.

  • zorgenA2

    zorgde · hebben gezorgd

    يحرص؛ يعتني

    Ik zorg dat het op tijd klaar is.

  • zullenA1شاذّ

    zou · zouden

    سوف

    Zullen we koffie drinken?