المفردات
2916 كلمة · صفحة 116 من 117
zoetA2
حلو
Deze appel is heel zoet.
عذب (عن الماء)
In de sloot staat zoet water, geen zeewater.
zogenaamdB1
ما يُسمّى؛ مزعوم
Hij was zogenaamd ziek, maar ging naar het strand.
zoietsA2
شيء كهذا
Zoiets heb ik nog nooit meegemaakt.
zolangB1
طالما
Je mag hier blijven zolang je wilt.
de zolderA1
علية
De oude spullen liggen op zolder.
zomaarA2
هكذا بلا سبب
Hij kwam zomaar binnen zonder te kloppen.
de zomerA1
صيف
In de zomer gaan we naar het strand.
de zonA2
شمس
De zon schijnt eindelijk.
de zondagA1
الأحد
Zondag zijn veel winkels dicht.
zonderA1
بدون
Koffie zonder suiker, alstublieft.
de zoneB1
منطقة (محدّدة)
In deze zone mag je maar dertig kilometer per uur rijden.
het zonlichtB1
ضوء الشمس
De kamer krijgt veel zonlicht.
de zonne-energieB1
الطاقة الشمسية
Wij wekken zelf zonne-energie op.
de zonsondergangB1
غروب الشمس
We keken naar de zonsondergang op het strand.
de zonsopgangB1
شروق الشمس
In de zomer is de zonsopgang heel vroeg.
de zoonA1
ابن
Hun zoon gaat naar school.
de zorgA2
رعاية
De zorg in Nederland is goed geregeld.
قلق
Maak je geen zorgen, het komt wel goed.
zorgenA2
zorgde · hebben gezorgd
يحرص؛ يعتني
Ik zorg dat het op tijd klaar is.
de zorgindicatieB1
تقييم الحاجة للرعاية
Voor thuiszorg heb je een zorgindicatie nodig.
de zorgmedewerkerB1
عامل الرعاية
De zorgmedewerker komt twee keer per dag.
de zorgpasB1
بطاقة التأمين الصحي
Neem uw zorgpas mee naar de afspraak.
het zorgplanB1
خطة الرعاية
In het zorgplan staat wie wat doet.
de zorgtoeslagA2
بدل التأمين الصحي
Met een laag inkomen krijg je zorgtoeslag.
de zorgverlenerB1
مقدم الرعاية
Bespreek dit met uw zorgverlener.
de zorgverzekeringA2
التأمين الصحي
Een zorgverzekering is in Nederland verplicht.

