Je EigenRoute
دخولإنشاء حساب

المفردات

4 كلمة · صفحة 1 من 1

  • voorbereidenA2قابل للانفصال

    bereidde voor · hebben voorbereid

    يُعِدّ (شيئاً)

    We bereiden de vergadering samen voor.


    zich voorbereidenانعكاسي

    يستعد

    Ik bereid me voor op het examen.

  • voorkomenA1قابل للانفصالشاذّ

    kwam voor · kwamen voor · zijn voorgekomen

    يحدث، يوجد

    Dat probleem komt hier vaak voor.

  • voorlezenA2قابل للانفصالشاذّ

    las voor · lazen voor · hebben voorgelezen

    يقرأ بصوت عالٍ

    Wil je mij de brief van de school even voorlezen?

  • voorstellenB1قابل للانفصال

    stelde voor · hebben voorgesteld

    يقترح

    Mag ik een andere datum voorstellen?


    يقدّم (شخصاً)؛ يتخيّل (zich voorstellen)

    Mag ik me even voorstellen? Ik ben Sara.