المفردات
163 كلمة · صفحة 7 من 7
de vriendinA1
صديقة
Mijn vriendin komt uit Spanje.
de vriendschapA1
صداقة
Onze vriendschap duurt al twintig jaar.
de vriezerA2
مجمّد
Het brood ligt in de vriezer.
vrijA1
شاغر، حر
Is deze stoel vrij?
de vrijdagA1
الجمعة
Vrijdag werk ik thuis.
de vrijheidA2
الحرية
Vrijheid van meningsuiting kent grenzen.
de vrijwilligerA2
متطوع
Zij werkt als vrijwilliger bij de voedselbank.
vroegA1
مبكرا
Ik sta elke dag vroeg op.
vroegerA2
سابقا
Vroeger woonde ik in een dorp.
vrolijkA2
بشوش
Zij is altijd vrolijk op haar werk.
de vrouwA1
امرأة
De vrouw leest een boek.
زوجة
Mijn vrouw werkt bij de gemeente.
vullenA2
vulde · hebben gevuld
يملأ
Kun je de fles even met water vullen?
het vuurA2
نار
We zaten 's avonds bij het vuur in de tuin.

