المفردات
61 كلمة · صفحة 3 من 3
vorigA1
السابق
Vorig jaar woonde ik nog in Polen.
de vorkA1
شوكة
Er ligt geen vork op tafel.
de vraagA1
سؤال
Mag ik u een vraag stellen over het formulier?
vragenA1شاذّ
vroeg · vroegen · hebben gevraagd
يسأل
Mag ik iets vragen?
يطلب
Hij vraagt zijn buurman om hulp.
de vriendA1
صديق
Hij is een goede vriend van mij.
صديق حميم، شريك
Ze woont samen met haar vriend in Utrecht.
de vriendinA1
صديقة
Mijn vriendin komt uit Spanje.
de vriendschapA1
صداقة
Onze vriendschap duurt al twintig jaar.
vrijA1
شاغر، حر
Is deze stoel vrij?
de vrijdagA1
الجمعة
Vrijdag werk ik thuis.
vroegA1
مبكرا
Ik sta elke dag vroeg op.
de vrouwA1
امرأة
De vrouw leest een boek.
زوجة
Mijn vrouw werkt bij de gemeente.

