المفردات
100 كلمة · صفحة 1 من 4
de taakA2
مهمة
Dat is niet mijn taak.
de taakomschrijvingA2
وصف المهام
Dat staat niet in mijn taakomschrijving.
de taakstellingB1
المهمة المحددة
De taakstelling voor dit jaar is ambitieus.
de taakverdelingB1
توزيع المهام
We maken een duidelijke taakverdeling.
de taalA1
لغة
Nederlands is een moeilijke taal.
de taalcursusB1
دورة لغة
Ik volg een taalcursus in het buurthuis.
de taaleisB1
شرط اللغة
Er geldt een taaleis van niveau B1.
het taalexamenB1
امتحان اللغة
Het taalexamen bestaat uit vier onderdelen.
de taalfoutB1
خطأ لغوي
In je brief staan een paar taalfouten.
de taallesA2
درس لغة
Ik heb twee keer per week taalles.
het taalniveauB1
مستوى اللغة
Voor die opleiding heb je taalniveau B1 nodig.
de taaltoetsA2
اختبار لغة
Voor de cursus doe je eerst een taaltoets.
de taalvaardigheidB1
الكفاءة اللغوية
Je taalvaardigheid gaat snel vooruit.
de taartA1
كعكة
Op mijn verjaardag maak ik een taart.
de tabelB1
جدول (بيانات)
In de tabel zie je de prijzen per maand.
de tafelA1
طاولة
Het eten staat op tafel.
de takenlijstA2
قائمة المهام
Ik werk mijn takenlijst af.
het takenpakketB1
نطاق المهام
Mijn takenpakket is dit jaar uitgebreid.
het talentB1
موهبة
Mijn dochter heeft talent voor tekenen.
de tandA1
سن
Er is een tand afgebroken.
de tandartsA2
طبيب أسنان
Ik ga twee keer per jaar naar de tandarts.
de tandenborstelA1
فرشاة أسنان
Vergeet je tandenborstel niet.
de tanteA1
عمة
Mijn tante komt op bezoek.
het tapijtA2
سجادة
We hebben een nieuw tapijt gelegd.
de tasA1
حقيبة
Mijn tas staat naast de stoel.

