المفردات
229 كلمة · صفحة 1 من 10
de saladeA1
سلطة
Bij het vlees eten we salade.
het salarisA2
راتب
Het salaris wordt aan het einde van de maand betaald.
de salarisschaalA2
سلم الرواتب
Ik zit in salarisschaal 7.
de salarisstrookA2
كشف الراتب
Bewaar je salarisstrook goed.
het saldoB1
رصيد
Mijn saldo is bijna nul.
samenA1
معا
We eten samen om zes uur.
samenlevenB1قابل للانفصال
leefde samen · hebben samengeleefd
التعايش
Samenleven met verschillende culturen vraagt inzet.
de samenlevingA2
مجتمع
De samenleving verandert snel.
de samenvattingB1
ملخص
Schrijf een korte samenvatting van de tekst.
samenwerkenB1قابل للانفصال
werkte samen · hebben samengewerkt
يتعاون
We moeten beter samenwerken.
de samenwerkingA2
تعاون
De samenwerking tussen de afdelingen verloopt goed.
het sapA1
عصير
Een glas sap, alstublieft.
de sausA1
صلصة
Wil je saus bij de patat?
de schaarA1
مقص
Heb je een schaar voor me?
de schadeB1
ضرر
De storm heeft veel schade aan de daken veroorzaakt.
de schaduwB1
ظل
Ga even in de schaduw zitten.
zich schamenB1انعكاسي
schaamde · hebben geschaamd
يخجل
Hij schaamde zich voor zijn fout.
schattenB1
schatte · hebben geschat
يُخمّن
Ik schat dat de reparatie tweehonderd euro kost.
scheidenA1شاذّ
scheidde · scheidden · zijn gescheiden
ينفصل، يطلّق
Mijn ouders zijn gescheiden.
het schermA2
شاشة (عرض)
Het scherm van mijn laptop is kapot.
scherpA2
حادّ
Pas op, dat mes is heel scherp.
het schilderijA2
لوحة
Het schilderij hangt in het Rijksmuseum.
de schimmelA2
عفن
In de badkamer zit schimmel op de muur.
het schipA2
سفينة
Het schip vaart vanavond van Rotterdam naar Engeland.
de schoenA1
فردة حذاء
Deze schoen past niet, hij is te klein.

