Je EigenRoute
دخولإنشاء حساب

المفردات

459 كلمة · صفحة 14 من 19

  • stappenA2

    stapte · hebben/zijn gestapt

    يخطو

    Hij stapte snel in de auto en reed weg.

  • het stappenplanB2

    خطة خطوة بخطوة

    Het stappenplan telt zeven stappen.

  • starenB2

    staarde · hebben gestaard

    يحدّق

    Zij staarde uit het raam.

  • de startB1

    بداية، انطلاق

    De start van de wandeltocht is om tien uur bij het station.

  • de start-upB2

    شركة ناشئة

    De start-up groeide in drie jaar naar vijftig man.

  • startenA2

    startte · hebben/zijn gestart

    يشغّل؛ يبدأ

    Mijn auto wil vanochtend door de kou niet starten.

  • het startkapitaalB2

    رأس المال الابتدائي

    Zonder startkapitaal begin je niets.

  • het statiegeldA2

    تأمين العبوة

    Op flessen zit statiegeld.

  • de statiegeldautomaatB2

    آلة استرداد التأمين

    De statiegeldautomaat is weer stuk.

  • het stationA2

    محطة

    Het station is vlak bij mijn huis.

  • de statistiekB2

    إحصاء

    De statistiek laat een duidelijke trend zien.

  • de statusB2

    وضع قانوني (إقامة)

    Hij wacht nog op zijn status van de IND.

  • steedsA2

    باستمرار، أكثر فأكثر

    Het wordt steeds drukker op de weg.

  • de steekproefB2

    عينة

    De steekproef was te klein voor harde conclusies.

  • de steekproefomvangB2

    حجم العينة

    De steekproefomvang was te klein.

  • de steenA2

    حجر؛ طوب

    Er ligt een grote steen midden op het fietspad.

  • de steenkoolB2

    الفحم الحجري

    De laatste centrale op steenkool sluit binnenkort.

  • de steigerB2

    سقالة

    De steiger staat er al twee maanden.

  • steilB2

    شديد الانحدار

    De weg naar het dorp is smal en steil.


    أملس (شعر)

    Steil haar krijg je met een föhn.

  • stekenB1شاذّ

    stak · staken · hebben gestoken

    يلدغ؛ يُدخل

    Pas op, die bijen kunnen steken.

  • stekende pijnB2

    ألم واخز

    Ik voel een stekende pijn in mijn zij.

  • stelenA2شاذّ

    stal · stalen · hebben gestolen

    يسرق

    Iemand heeft gisteren mijn fiets gestolen.

  • stellenB1

    stelde · hebben gesteld

    يطرح (سؤالًا)؛ يضع

    Mag ik u een paar vragen stellen?

  • stelligB2

    جازم

    Hij beweerde stellig dat hij gelijk had.

  • de stellingB2

    طرح، أطروحة

    Ben je het eens met deze stelling?