المفردات
5 كلمة · صفحة 1 من 1
het rechtA1
حق
Je hebt recht op een advocaat.
مستقيم
De weg loopt recht naar het centrum.
rijkA1
غني
Zij komt uit een rijke familie.
rondA1
دائري
De tafel is rond.
حوالي، حول
De vergadering begint rond twee uur.
roodA1
أحمر
Ze draagt een rode jas.
rozeA1
وردي
Zij draagt een roze jurk.

