المفردات
216 كلمة · صفحة 8 من 9
roerenA2
roerde · hebben geroerd
يقلّب
Blijf roeren tot de saus dik wordt.
de rokA1
تنورة
Ze draagt vandaag een lange blauwe rok.
rokenB1
rookte · hebben gerookt
يدخن
Roken is hier niet toegestaan.
de rolB1
دور
Ouders spelen een grote rol in het leven van kinderen.
de rolstoelB2
كرسي متحرك
Het gebouw is toegankelijk met een rolstoel.
de rolverdelingB2
توزيع الأدوار
De rolverdeling thuis is bij hen gelijk.
de romanB2
رواية
Haar eerste roman werd meteen vertaald.
de RomeinenB2
الرومان
De Romeinen legden hier de eerste weg aan.
de rommelA1
فوضى
Wat een rommel in deze kamer!
de rommelmarktB2
سوق الأشياء المستعملة
Op de rommelmarkt verkocht hij oud speelgoed.
rondA1
دائري
De tafel is rond.
حوالي، حول
De vergadering begint rond twee uur.
de rondeB1
جولة
Na de eerste ronde stond ons team voor.
de rondleiderB2
مرشد الجولة
De rondleider vertelde er van alles bij.
de rondleidingB2
جولة إرشادية
De rondleiding duurt een uur.
rondomB1
حول (من كل الجهات)
Rondom het huis staan hoge bomen.
roodA1
أحمر
Ze draagt een rode jas.
de roodborstB2
أبو الحناء
Een roodborst is snel tam.
het roofdierB2
حيوان مفترس
De wolf is een roofdier dat in roedels leeft.
de rookmelderB2
كاشف الدخان
Een rookmelder is sinds 2022 verplicht.
de roomA1
قشدة
Wil je room bij de koffie?
het roosterA2
جدول
Het rooster voor volgende week hangt er.
roosterenB2
roosterde · hebben geroosterd
يحمّص
Rooster de noten even in de pan.
de rotondeA2
دوار
Neem op de rotonde de tweede afslag.
de rotzooiB1
كركبة
Ruim eerst die rotzooi in je kamer op.
de routeB1
مسار
Dit is de snelste route.

