المفردات
66 كلمة · صفحة 3 من 3
roerenA2
roerde · hebben geroerd
يقلّب
Blijf roeren tot de saus dik wordt.
de rokA1
تنورة
Ze draagt vandaag een lange blauwe rok.
de rommelA1
فوضى
Wat een rommel in deze kamer!
rondA1
دائري
De tafel is rond.
حوالي، حول
De vergadering begint rond twee uur.
roodA1
أحمر
Ze draagt een rode jas.
de roomA1
قشدة
Wil je room bij de koffie?
het roosterA2
جدول
Het rooster voor volgende week hangt er.
de rotondeA2
دوار
Neem op de rotonde de tweede afslag.
rozeA1
وردي
Zij draagt een roze jurk.
de rugA1
ظهر
Ik heb last van mijn rug.
de rugzakA1
حقيبة ظهر
Mijn boeken zitten in mijn rugzak.
ruikenA2شاذّ
rook · roken · hebben geroken
يشم
Het ruikt hier lekker.
ruilenA2
ruilde · hebben geruild
يستبدل
Kan ik deze jas ruilen?
de rustA2
راحة
De dokter zei dat ik rust nodig heb.
rustigA2
هادئ
Het is hier lekker rustig.
de ruzieA2
شجار
Ze hebben ruzie over geld.

