Je EigenRoute
دخولإنشاء حساب

المفردات

125 كلمة · صفحة 2 من 5

  • mannelijkB1

    ذكوري

    Het aantal mannelijke verpleegkundigen in ziekenhuizen groeit snel.

  • de marktA2

    سوق

    Op zaterdag is er markt op het plein.

  • het materiaalB1

    مادة (تعليمية)

    De docent deelt het materiaal voor de les uit.

  • het matrasA1

    مرتبة

    Dit matras is te zacht voor mij.

  • maximaalB1

    كحد أقصى

    In deze lift mogen maximaal zes personen tegelijk.

  • de medailleB1

    ميدالية

    Zij won een gouden medaille bij het zwemmen.

  • de mededelingB1

    إعلان، إشعار

    Er hangt een mededeling op het prikbord.

  • de medestudentA2

    زميل الدراسة

    Ik oefen samen met een medestudent.

  • de medewerkerA2

    موظف، عامل

    Een medewerker van de winkel helpt mij met mijn vraag.

  • de medicatieB1

    أدوية

    Neem uw medicatie mee naar het gesprek.

  • het medicijnA2

    دواء

    Neem dit medicijn twee keer per dag.

  • de medicijnkastB1

    خزانة الأدوية

    Bewaar medicijnen in de medicijnkast.

  • medischA2

    طبي

    Er is geen medische reden voor.

  • meeA1

    معنا، برفقة

    Ga je vanavond mee naar de bioscoop?

  • meedelenB1قابل للانفصال

    deelde mee · hebben meegedeeld

    يُبلغ رسميا

    Wij delen u mee dat de afspraak verzet is.

  • meedoenA2قابل للانفصالشاذّ

    deed mee · deden mee · hebben meegedaan

    يشارك

    Doe je mee met de cursus?

  • meegaanA2قابل للانفصالشاذّ

    ging mee · gingen mee · zijn meegegaan

    يذهب مع

    Mag ik met jullie meegaan naar het strand?


    يدوم (للأشياء)

    Deze schoenen gaan al vijf jaar mee.

  • het meelA1

    طحين

    Voor dit recept heb je meel nodig.

  • meemakenA2قابل للانفصال

    maakte mee · hebben meegemaakt

    يعايش

    Ik heb veel meegemaakt dit jaar.

  • meenemenA2قابل للانفصالشاذّ

    nam mee · namen mee · hebben meegenomen

    يأخذ معه

    Neem je paspoort mee.


    يأخذ في الاعتبار

    We nemen jouw voorstel mee in het besluit.

  • meerA1

    أكثر

    Ik heb meer tijd nodig.


    het meer

    بحيرة

    In de zomer zwemmen we in het meer.

  • meerdereB1

    عدّة

    Er zijn meerdere manieren om dit probleem op te lossen.

  • meestalA2

    عادةً، غالباً

    Ik ga meestal met de fiets.

  • meesteA1

    معظم

    De meeste mensen komen met de fiets.

  • de meesterA2

    معلّم (ابتدائي)؛ أستاذ

    De meester leest elke dag voor aan de klas.