المفردات
106 كلمة · صفحة 4 من 5
de liftA2
مصعد
De lift is kapot.
liggenA1شاذّ
lag · lagen · hebben gelegen
يقع، يستلقي
Het boek ligt op tafel.
lijkenA1شاذّ
leek · leken · hebben geleken
يبدو
Het lijkt me een goed idee.
de lijnA2
خطّ
Neem lijn vier richting het station.
de lijstA2
قائمة
Zet het op de lijst.
de limonadeA1
عصير مركّز
De kinderen krijgen limonade.
de linkA2
رابط
Ik stuur je straks de link naar de website.
linksA1
يسار
Sla bij de kerk links af.
de lipA1
شفة
Mijn lippen zijn droog van de kou.
de literA2
لتر
We hebben een liter melk nodig.
de locatieB1
موقع
De cursus vindt plaats op een nieuwe locatie.
logischB1
منطقي
Het is logisch dat je moe bent na zo'n lange dag.
lokaalB1
محلي
De lokale krant schrijft veel over onze buurt.
het lokaal
قاعة، فصل
Het examen is in lokaal twaalf op de eerste verdieping.
het loketA2
شباك الخدمة
Meld u bij loket drie.
de longA1
رئة
Roken is slecht voor je longen.
het loonA2
أجر
Het loon wordt per week uitbetaald.
de loonbelastingB1
ضريبة الأجور
De loonbelasting wordt direct ingehouden.
de loonstrookB1
قسيمة الراتب
Op je loonstrook zie je de inhoudingen.
de loopbaanB1
مسار مهني
Hij denkt na over een andere loopbaan.
het loopbaanadviesB1
استشارة مهنية
Ik heb loopbaanadvies aangevraagd.
lopenA1شاذّ
liep · liepen · hebben/zijn gelopen
يمشي
Ik loop elke dag naar mijn werk.
يمتد، يستمر (عن فترة)
De cursus loopt van september tot juni.
losB1
مرتخٍ، فالت
De knoop van mijn jas zit los.
de luchtA2
هواء؛ سماء
Na de regen is de lucht weer blauw.
de luchtdrukB1
الضغط الجوي
Een lage luchtdruk betekent vaak slecht weer.
de luchthavenA2
مطار
Schiphol is de grootste luchthaven van Nederland.

