Je EigenRoute
دخولإنشاء حساب

المفردات

106 كلمة · صفحة 3 من 5

  • het lesmateriaalA2

    المواد التعليمية

    Het lesmateriaal krijg je bij de eerste les.

  • de lesmethodeB1

    طريقة التدريس

    Deze lesmethode werkt goed voor volwassenen.

  • het lesroosterA2

    جدول الحصص

    Het lesrooster hangt bij de ingang.

  • de lesuitvalB1

    إلغاء الدروس

    Door ziekte was er veel lesuitval.

  • het lesuurA2

    حصة دراسية

    Een lesuur duurt vijftig minuten.

  • lettenA2

    lette · hebben gelet

    ينتبه (إلى)

    Wil je even op de kinderen letten?

  • de letterA1

    حرف

    Schrijf je naam met grote letters.

  • letterlijkA2

    حرفيا

    Neem dat niet te letterlijk.

  • de leugenB1

    كذبة

    Dat verhaal over de hond was een leugen.

  • leukA1

    لطيف، ممتع

    Dat was een leuke avond.

  • levenA1

    leefde · hebben geleefd

    يعيش

    Mijn opa leeft nog en is al negentig jaar.


    het leven

    حياة

    Het leven hier is heel anders.

  • leverenB1

    leverde · hebben geleverd

    يورّد، يسلّم

    De winkel levert de nieuwe bank op dinsdag.

  • de leveringA2

    تسليم

    De levering duurt drie werkdagen.

  • de levertijdA2

    مدة التسليم

    De levertijd is drie werkdagen.

  • lezenA1شاذّ

    las · lazen · hebben gelezen

    يقرأ

    Lees de tekst nog een keer.

  • het lichaamA1

    جسم

    Beweging is goed voor je lichaam.

  • de lichaamsbewegingB1

    النشاط البدني

    Dagelijkse lichaamsbeweging is belangrijk.

  • het lichtA1

    ضوء

    Doe het licht even aan.


    خفيف؛ فاتح

    Deze jas is heel licht, ideaal voor de zomer.

  • het lidA2

    عضو (في جمعية)

    Ik ben vorig jaar lid geworden van de bibliotheek.

  • het lidmaatschapB1

    عضوية

    Het lidmaatschap kost dertig euro per jaar.

  • het liedA2

    أغنية

    De kinderen zingen een lied voor hun juf.

  • liefA2

    لطيف، عزيز

    Wat lief dat je bloemen voor me hebt gekocht!

  • de liefdeA2

    حب

    Hij schreef een brief vol liefde aan zijn vrouw.

  • liegenA2شاذّ

    loog · logen · hebben gelogen

    يكذب

    Hij zei dat hij ziek was, maar hij loog.

  • lieverA1

    أفضّل

    Ik drink liever thee.