المفردات
38 كلمة · صفحة 2 من 2
lezenA1شاذّ
las · lazen · hebben gelezen
يقرأ
Lees de tekst nog een keer.
het lichaamA1
جسم
Beweging is goed voor je lichaam.
het lichtA1
ضوء
Doe het licht even aan.
خفيف؛ فاتح
Deze jas is heel licht, ideaal voor de zomer.
lieverA1
أفضّل
Ik drink liever thee.
liggenA1شاذّ
lag · lagen · hebben gelegen
يقع، يستلقي
Het boek ligt op tafel.
lijkenA1شاذّ
leek · leken · hebben geleken
يبدو
Het lijkt me een goed idee.
de limonadeA1
عصير مركّز
De kinderen krijgen limonade.
linksA1
يسار
Sla bij de kerk links af.
de lipA1
شفة
Mijn lippen zijn droog van de kou.
de longA1
رئة
Roken is slecht voor je longen.
lopenA1شاذّ
liep · liepen · hebben/zijn gelopen
يمشي
Ik loop elke dag naar mijn werk.
يمتد، يستمر (عن فترة)
De cursus loopt van september tot juni.
de luciferA1
عود ثقاب
Heb je een lucifer?
de lunchA1
غداء
De lunch is om half een.

