المفردات
262 كلمة · صفحة 4 من 11
kiezenA1شاذّ
koos · kozen · hebben gekozen
يختار
Je moet zelf kiezen.
de kiezerB2
الناخب
De kiezer beslist uiteindelijk.
het kiezersonderzoekB2
دراسة الناخبين
Uit het kiezersonderzoek blijkt veel twijfel.
het kijkcijferB2
نسبة المشاهدة
De kijkcijfers vielen tegen.
kijkenA1شاذّ
keek · keken · hebben gekeken
ينظر، يشاهد
We kijken vanavond naar een film.
de kijkerB2
مشاهد
Het programma trok gisteren twee miljoen kijkers.
de kiloA1
كيلو
Een kilo appels kost op de markt twee euro.
de kilometerB1
كيلومتر
Het is nog twintig kilometer rijden.
de kinA1
ذقن
Hij stootte zijn kin bij het vallen.
het kindA1
طفل
Het kind speelt in de tuin.
de kinderartsB2
طبيب الأطفال
De kinderarts stelde de ouders gerust.
de kinderbijslagA2
علاوة الأطفال
Ouders krijgen elk kwartaal kinderbijslag.
het kinderboekB2
كتاب أطفال
Dit kinderboek is in twintig talen vertaald.
de kinderziekteB2
مرض الطفولة
Waterpokken is een klassieke kinderziekte.
de kipA1
دجاج
Ik eet liever kip dan rundvlees.
klaarA1
جاهز
Het eten is klaar.
klaarblijkelijkB2
بجلاء
Hij had klaarblijkelijk haast.
klaarmakenA2قابل للانفصال
maakte klaar · hebben klaargemaakt
يجهّز
Ik maak het eten klaar.
de klachtB1
شكوى
Vertel de arts precies wat uw klachten zijn.
de klachtafhandelingB2
معالجة الشكاوى
De klachtafhandeling duurt te lang.
de klachtbriefB1
رسالة شكوى
Ik heb een klachtbrief naar het bedrijf gestuurd.
het klachtenformulierB1
استمارة الشكوى
Vul eerst het klachtenformulier in.
de klachtenlijnB2
خط الشكاوى
Bel de klachtenlijn als het niet wordt opgelost.
de klachtenprocedureB1
إجراءات الشكاوى
Elke organisatie heeft een klachtenprocedure.
klagenB1
klaagde · hebben geklaagd
يشتكي
De buren klagen over het lawaai.

