المفردات
28 كلمة · صفحة 1 من 2
het ideeA1
فكرة
Dat is een goed idee.
het identiteitsbewijsA2
وثيقة هوية
Neem een geldig identiteitsbewijs mee.
iedereA1
كل
Iedere maandag heb ik les.
iedereenA1
الجميع
Iedereen is welkom.
iemandA1
شخص ما
Er staat iemand voor de deur.
ietsA1
شيء ما
Wil je iets drinken?
het ijsA1
ثلج، آيس كريم
De kinderen willen een ijsje.
inA1
في
Het zit in de kast.
de inburgeringA2
الاندماج المدني
De inburgering is verplicht voor veel nieuwkomers.
de inburgeringsplichtA2
إلزامية الاندماج
Voor veel nieuwkomers geldt een inburgeringsplicht.
de INDA2
دائرة الهجرة والتجنيس
De IND beslist over je verblijfsaanvraag.
inderdaadA2
حقاً، فعلاً
Dat klopt inderdaad.
de industrieA2
الصناعة
De industrie verbruikt veel energie.
ineensA2
فجأةً هكذا
Ineens ging het licht in het hele huis uit.
de informatieA1
معلومات
Meer informatie vind je op de website.
het ingrediëntA2
مكوّن
Welke ingrediënten heb je nodig?
het inkomenA2
دخل
Zijn inkomen is dit jaar gestegen.
inleverenA2قابل للانفصال
leverde in · hebben ingeleverd
يسلّم
Je moet je huiswerk voor vrijdag inleveren.
inloggenA2قابل للانفصال
logde in · hebben ingelogd
يسجل الدخول
Log in met je e-mailadres.
inpakkenA2قابل للانفصال
pakte in · hebben ingepakt
يحزم؛ يغلّف
Morgen gaan we op vakantie, dus ik moet nog inpakken.
inrichtenA2قابل للانفصال
richtte in · hebben ingericht
يؤثث
We moeten de woonkamer nog inrichten.
het inschrijfgeldA2
رسوم التسجيل
Het inschrijfgeld betaal je één keer.
instappenA2قابل للانفصال
stapte in · zijn ingestapt
يصعد (المركبة)
U kunt achterin instappen.
interessantA2
مثير للاهتمام
Ik vond de les over de geschiedenis van Nederland interessant.
het interviewA2
مقابلة
Het interview duurde een half uur.

