Je EigenRoute
دخولإنشاء حساب

المفردات

82 كلمة · صفحة 1 من 4

  • het haarA1

    شعر

    Zij heeft lang haar.


    ـها (ضمير ملكية للمؤنث)

    Anna zoekt haar sleutels in haar tas.

  • de haastA2

    عجلة

    Ik heb haast, want mijn bus vertrekt zo.

  • de hagelslagA1

    رقائق الشوكولاتة

    Nederlandse kinderen eten hagelslag op brood.

  • halenA1

    haalde · hebben gehaald

    يجلب

    Ik haal even brood.

  • halfA1

    نصف

    Het is half acht.

  • halloA1

    مرحبا

    Hallo, hoe gaat het?

  • de halteA2

    موقف

    De halte is om de hoek.

  • de hamA1

    لحم مقدد

    Ik neem een boterham met ham.

  • de handA1

    يد

    Was je handen voor het eten.

  • de handdoekA1

    منشفة

    De handdoek hangt in de badkamer.

  • handigA1

    عملي، مفيد

    Dat is een handige app.

  • de handtekeningA2

    توقيع

    Zet hier onderaan het formulier uw handtekening.

  • hangenA2شاذّ

    hing · hingen · hebben gehangen

    يعلّق؛ يتدلّى

    Er hangt een grote klok aan de muur.

  • hardA1

    صلب؛ عالٍ

    Het bed is te hard.

  • het hartA1

    قلب

    Mijn hart klopt snel.

  • de hartslagA1

    نبض القلب

    Mijn hartslag gaat snel na het sporten.

  • hatenA1

    haatte · hebben gehaat

    يكره

    Hij haat vergaderingen.

  • de havenA2

    ميناء

    De boot ligt in de haven van Den Helder.

  • hebbenA1شاذّ

    had · hadden · hebben gehad

    يملك

    Wij hebben twee kinderen.


    (فعل مساعد لصيغة الماضي التام)

    Ik heb de brief gisteren al geschreven.

  • heelA1

    جدا؛ كامل

    Het is heel warm vandaag.

  • heenA2

    ذهابًا

    Ik heb een kaartje heen en terug gekocht.

  • heerlijkA2

    لذيذ، رائع

    De soep van mijn moeder smaakt heerlijk.

  • het hekA1

    سياج، بوابة

    Doe het hek achter je dicht.

  • helaasA2

    للأسف

    Helaas kan ik niet komen.

  • helemaalA2

    تمامًا

    Ik ben de afspraak bij de tandarts helemaal vergeten.