المفردات
82 كلمة · صفحة 2 من 4
de helftA1
النصف
De helft van de klas was ziek.
helpenA1شاذّ
hielp · hielpen · hebben geholpen
يساعد
Kun je me even helpen?
de herfstA1
خريف
In de herfst waait het vaak hard.
de herhalingA2
مراجعة، تكرار
Volgende week is er een herhaling van de grammatica.
zich herinnerenA2انعكاسي
herinnerde · hebben herinnerd
يتذكر
Ik herinner me haar naam niet meer.
herkennenA2
herkende · hebben herkend
يتعرف على
Ik herkende hem meteen.
de hersenenA1
دماغ
Slaap is belangrijk voor je hersenen.
het herstelA2
تعافٍ
Beterschap en een goed herstel!
hetenA1شاذّ
heette · heetten · hebben geheten
يُدعى
Hoe heet jij?
de heupA1
ورك
Mijn oma heeft een nieuwe heup.
hierA1
هنا
Ik woon hier al drie jaar.
hoeA1
كيف
Hoe gaat het met je?
de hoedA2
قبعة
In de zon draagt mijn opa altijd een hoed.
de hoekA1
زاوية
De bakker zit om de hoek.
hoelangA1
كم من الوقت
Hoelang woon je al in Nederland?
de hoestdrankA2
شراب السعال
Neem 's avonds wat hoestdrank.
hoestenA2
hoestte · hebben gehoest
يسعل
Het kind hoest de hele nacht.
hoeveelA1
كم
Hoeveel kost dit?
de hoeveelheidA2
كمية
Gebruik een kleine hoeveelheid zout.
hoevenA2شاذّ
hoefde · hoefden · hebben gehoeven
لا يلزم
Je hoeft morgen niet naar school te komen.
hoewelA2
على الرغم من أن
Hoewel het regende, gingen we toch.
hoiA1
أهلا
Hoi, hoe is het?
de hondA1
كلب
De hond moet hier aangelijnd zijn.
honderdA1
مائة
Dat kost ongeveer honderd euro.
de hongerA1
جوع
Ik heb honger.

