المفردات
289 كلمة · صفحة 4 من 12
het gelaatB2
الوجه (فصيح)
Zijn gelaat verried niets.
de gelatenheidB2
الاستسلام الهادئ
Hij reageerde met gelatenheid op het besluit.
het geldA1
مال
Ik heb geen geld bij me.
de geldautomaatA2
صراف آلي
Er staat een geldautomaat bij de supermarkt.
het geldbedragA2
مبلغ مالي
Vul het geldbedrag in cijfers in.
geldenA2شاذّ
gold · golden · hebben gegolden
يسري، ينطبق
Deze regel geldt voor iedereen.
geldigB1
ساري المفعول
Uw paspoort is nog twee jaar geldig.
de geldleningB1
قرض مالي
Voor een geldlening moet je je inkomen aantonen.
de geldstroomB2
التدفق النقدي
De geldstromen zijn moeilijk te volgen.
de geldtransactieB1
معاملة مالية
Elke geldtransactie staat op je afschrift.
het geldverkeerB1
حركة الأموال
Het geldverkeer verloopt tegenwoordig bijna digitaal.
de geldzorgenA2
هموم مالية
Veel gezinnen hebben geldzorgen.
geledenA1
منذ (مضى)
Ik ben drie jaar geleden naar Nederland gekomen.
de gelegenheidB2
مناسبة؛ فرصة
Bij deze gelegenheid draagt hij zijn beste pak.
de geleiderB2
موصل
Koper is een goede geleider.
gelijkA1
محق؛ متساوٍ
Je hebt gelijk.
de gelijkheidA2
مساواة
Gelijkheid is een belangrijke waarde.
gelijkmoedigB2
رابط الجأش
Hij bleef gelijkmoedig onder de kritiek.
de gelijkmoedigheidB2
رباطة الجأش
Zij droeg het verlies met gelijkmoedigheid.
de gelijkwaardigheidB2
التكافؤ
Gelijkwaardigheid tussen partners is vanzelfsprekend.
de geloofsovertuigingB2
المعتقد الديني
Niemand mag om zijn geloofsovertuiging worden benadeeld.
geloofwaardigB2
ذو مصداقية
Zijn verhaal klinkt niet geloofwaardig.
de geloofwaardigheidB2
المصداقية
De geloofwaardigheid van de bron staat ter discussie.
gelovenA1
geloofde · hebben geloofd
يصدّق
Ik geloof je wel.
het geluidA2
صوت (ضجيج)
Ik hoor een vreemd geluid uit de keuken komen.

